Groningen, een doordeweekse zondagnamiddag.
De doorregende jeugd op een terrasje. Mijn toy-kodak, om in de high tech-geest te blijven, laat mij niet in de steek. Met een quasi lege batterij registreert ie nog meer dan ik al voorzag : mijn verregaande onbeschoftheid tegenover smorende jonkies. Een melkspoorstrip op de bovenlip, de voorspelbare verveling tussen deze prille zielen, en regen, heel veel regen. Ik hou van Groningen, zonder afkoelingsverschijnselen.
