Luc Dewaele, dagboek

Over fotografie en leven.

Month: February, 2013

Reprografie.

Gezien in de klas 'Animatie'.

Gezien in de klas ‘Animatie’.

Regnat populus Rolariensis re infecta.

tweevalluik

Dum vivimus, vivamus.

20130226_dagboek__DSF0629LD20130226_dagboek__DSF0630LD 20130226_dagboek__DSF0635LD 20130226_dagboek__DSF0637LD 20130226_dagboek__DSF0648LD

Over de Kunst, van het doodzwijgen.

Ooit koesterde ik het idee dat Kunst blikverruimend zou werken. Op de ziel, op de uitwegen, op het believen. Ik was er op relatief jeugdige leeftijd al bang voor dat ik dit denkbeeld vroeg of laat zou moeten loslaten, omwille van evidente redenen: de toets met de realiteit herbergt ook enig benul van waarheid. Een inmiddels beroemde Zuidwest-Vlaams kunstenaar vertrouwde mij ooit toe –wij waren beiden kunststudent- dat ‘een kunstenaar in de Loge geboren werd’. Toen lachte ik deze uitlating onzeker weg. Nu, een forse 25 jaar later, weet ik dat elk woord dat hij verkondigde de kracht van een onblij evangelie had. Meer nog: het was pure profetie voor (het gebrek aan) menige loopbanen. Een kunstenaar wordt niet aleen geboren in de schoot van een besloten kring; hij wordt ook gepokt en gemazeld door het systeem van het kunst-vermarkten. De art-to-businessplannen (and back) zijn beklemmend en ontnuchterend en bovenal, uit-sluitend. En, je raadt het al, morele codes hierbij zijn uiterst rekbaar. De uitverkiezing tot uniek kunstenaar is geënt op egocentrische limieten : een klein ego maakt geen kans om uit zijn zolderatelier te breken. Soms denk ik daarbij nog eens aan pakweg Marc Maet. Maar dat kwalificeert men als ‘nostalgie’. Vermoed ik. Een gesloten dossier, laudatio temporis acti. En een webstek die al 4 jaar niet geüpdatet werd.

In deze wereld durf ik rondkijken. Het kijken brengt weinig tastbaars op, behalve wat inzicht in wat toch al duidelijk is voor wie met de gave van nuchterheid geboren is. En voor wie bereid is een vorm van ontnuchtering te ondergaan. De kunstwereld is een geëxpliciteerde, afgeleide versie van het ‘ware’ leven zoals het gewild is. Door recensenten, experten, mediamakers, mistgrauwe kunstdocenten. De mensen, die op de kruispunten staan en stilzwijgend beslissen over de beschikbare plekjes in exporuimtes.

Klooster, Bajawa.

Zeer onlangs werd ik bevangen door een ronduit geweldige overtuiging : die van de intentionele stilte. Stel dat ik trots kan zijn omdat ik een kunststukje niet gezien heb, er geen aandacht aan geschonken heb, er zo maar in de lentezon voorbij gewandeld ben. Stel dat ik het voornemen voed om geen mening te hebben omtrent  de bezetters van tal van kunstplatformen. Geen visie, geen opinie, geen notie, geen verstand. Als een denkbeeldloos wezen dat de communiemaaltijd toch bewust afslaat. En die, –wat heet erger- er zich dan ook nog goed bij voelt. Geen deelgenoot meer in de heiligende  inwijdingsverhalen. Geen geloof meer in het demodiscours van de kenners. Een bevrijding dus. Zonder een prijs te betalen. Of toch, die van het ongenoemd zijn en ongeroemd blijven.

Ik vraag mij meteen af of in het kinderlijk herbeleven van de ontspiegelde werkelijkheid iets te rapen valt voor pakweg een eenvoudig fotograaf. Ik denk van wel. Jij denkt : een handvol ‘verwondering’ zal alweer zeggenschap moeten verlenen aan ‘goede’ beelden. Je hebt gelijk. Een beetje eerlijk fotograaf heeft niets anders dan de substantiële verwondering om  er op te teren. Tenminste als het waarlijk over zijn beelden gaat. Natuurlijk kan hij zich omringen met academische figuren, maar wat verandert dit binnengelaten parasitaire vergroeisel essentieel aan zijn beeldtaal? Weliswaar als de kunstenaar een oprecht individu is?

Laat mij het voorstellen als een bijna-levend ervaring. Je stapt de wereld in, zelfzeker en niet arbeidzaam op zoek naar wie je (denk)beelden kan (be)grijpen. Je slaat met verve de zaai- en oogsttijd van je emplooi over. Metterdaad en met een voornemen om je bevrijding elke dag opnieuw te vieren. Zoals teugels en sporen. Vraag die vanzelf rijst : waar sta je dan als kunstenaar, als vakman, als liefhebbende verkenner in het wereldje? Kort en bot : nergens. De derving van een (lokaal) netwerk betekent meteen ook een gewild forfait als kunstenaar op de meer praktische echelons. Lege exporuimtes blijven volgeboekt, de goedheid van lokale publicaties blijft onzindelijk, naamsvermeldingen blijven toevallig altijd achterwege. Maar waarom getreurd als een beter alternatief voetstoots voor het oprapen ligt?

Wachten zonder verwachting.

Wachten zonder verwachting.

Ik heb het medium ‘fotoboek’ ontdekt. ‘Rijkelijk laat’, lees ik nu in je gedachten. Dat klopt. Tot voor kort beschouwde ik het boek als een kroon op het werk, als een spoor van artistieke dienstbaarheid, als een papieren toonmoment aan de kunstexperten. Ook als een gesponsorde blijk van erkenning, vanwege die experten. Ante- en post-mortem, als bewijs van blijvend lidverwantschap. Het boek van een kunstenaar, als het nieuwste evangelie, in een reeks van vele edities. Als latrinair teken.

Aspecten van de drager ‘fotoboek’ die ik verzuimde te begrijpen, liggen echt voor het grijpen; ik reik er een stuk of wat aan, op zakelijke wijze.

Eén: je maakt je boek aanstonds, als uitvloeisel van je beeldmateriaal, in de workflow van je inspiratie. In de dynamiek van je denkbeelden, in de verstomming rond je verwondering.

Twee: jij bepaalt zelf je zuurtegraad bij het (niet) bijsnijden van beelden. Je schikt en wikt de bladspiegel, de papier-grammage, formaten en verhoudingen en texturen.

Drie: de maakprijs is een milde schram op je kostenplaatje. Uiteraard blijft een boek quasi onverkoopbaar: welke berekenende liefhebber geeft er nu 150 euro of daaromtrent uit, voor een boek met 573 prenten en 236 pagina’s? Omgerekend 0,26178010471204 euro per beeld. Onverantwoord toch. Van een onbekend auteur, van een zekere leeftijd bovendien..? De maker zelf blijft een gelukkige en eenzame god in zijn eigen beeldenrijk.

Vierde punt, om het koopmanspraatje af te maken : het medium ‘boek’ werkt langdurig bevrijdend. Het is een product zonder vervaldatum : het bevrijdt van ontgoochelingen en azijngevoelens, tot in lengte van dagen. Het boek ligt op de salontafel, wordt achtergelaten in leraarskamers, krijgt een patine van kindervingers, verdwijnt tussen familie-albums en kookboeken. Maar niemand die treurt : het boek heeft de hoedanigheid van een traagwerkend antidotum vervuld.

Dit alles om gewoon te zeggen: ik heb een boek gemaakt. En ik ben er zo blij mee dat ik er meteen twee stuks van gemaakt heb. Allebei om te koesteren en weg te schenken. Als boeken een andere werkzaamheid hebben dan het louter delen, zeg het mij. En zwijg het niet dood.

Een fragmentair verslag van wie wacht en verwacht.

Een fragmentair verslag van wie wacht en verwacht.

Vlaamse belevenissen langs wegenissen (2)

20130210_dagboek__LDW7265 20130210_dagboek__LDW7268 20130210_dagboek__LDW7277 20130210_dagboek__LDW7282 20130210_dagboek__LDW7293

Licht en verf.

Louis

Die avond in de Academie. Modellen en mensen.

20130219_dagboekje__DSF0456LD-2 20130219_dagboekje__DSF0238LD 20130219_dagboekje__DSF0214LD 20130219_dagboekje__DSF0602LD-2

Dageraadgeving.

Mooi voor velerlei uitleg vatbaar.

Geen idee hoe jouw leven zich vervult; het mijne is een laafplaats van gedachten, gesprekken en gewroet en soms van betere wijnen. In aflopende orde, in zigzag-regelmaat, vatbaar voor de ongeschonden omstaanders. Ronald Reagan, bij presidentieel leven reeds dementerend, zei ooit ‘I like photographers, they don’t ask questions’. Het zal weduwe Nancy wel een troost of worst wezen te vernemen dat haar Ronnie zaliger heel vaak gelijk had. Wat een bepaalde garde van fotografen betreft, klopt zijn statement helemaal : ze stellen geen (openlijke) vragen. Om lastig slameur af te blokken of omdat ze een kritische reflex afgeleerd hebben tijdens hun ontmoetingen met leermeesters. Rond het onderwijs van mijn geliefkoosd medium wentelen zich immers niet alleen lieverdjes; primae donnae en geraffineerden zat, die ver-vervlogen en actuele fotografie van een ingekleurde kanttekening voorzien.  Weinig fotografen protesteren post mortem. En bij een hedendaagse handgift (in de vorm van een gesponsorde publicatie) hoor je enkel de gekende verkoopsadjectieven. Tot zo ver alweer mijn eenmansgelijk, waarvan de regelmaat de graadmeter van het plus-vijftig worden meer en meer aanstuurt. Tijd om mij te verzetten.

Leer de achterzijde kennen.

Ik was niet in gedachten verzonken, toen ik bij een vriend, in de canapé aanlag. Ik keek gewoon naar de mens in kwestie en zijn beelden aan de muur. Wij haalden conversaties en academische deining op. En wij raakten het roerend eens toen ons gesprek zich nestelde in de beleving van de fotografie, onze fotografie. Twee medioren die zich het recht toeëigenden om terug te kijken en te zien dat de docenten-expertise rond beelden er ook vroeger al even beroerd aan toe was. Nu ben ik helaas niet zo gezwind als mijn gespreksgenoot in de argwaan voor een medemens – hij trok zijn besluiten al veel sneller -, maar onze conclusies waren ontroerend gelijklopend. Wij werden bedonderd in ons zoeken naar een ware beeldtaal en goeie beelden. Vastberaden en ongerijmd gelovig waren wij toen in onze overtuiging dat talent, energie, vakkennis en een uitzinnige toewijding de inzet waren van de betere fotografie. Onvermijdelijke eigenschappen van de strevende fotograaf. Nu zijn wij iets bijdehandser geworden. Gewoon openlijk gesteld: wij voelen ons retro-actief betoeterd, beetgenomen, belazerd. Een foto, dé foto doet er namelijk niets toe. Hét beeld: vergeet het. De omkadering telt, de plek waar de foto opgehangen wordt, de blabla vanop vage leerstoelen is van kracht. Door mensen die ons (toen- en nu-malige ontdekkingsreizigers) ontwrichtten met een droog veto, zoals mallotige wielerknechten met één instructie doen : afstoppen. Het verdriet van vijftigers reikt ver en diep en breed. En is oprecht. Tot zo ver ons tweemansgelijk, waarmee wij nalaten iets te vergelden. Zo bête zijn wij, niet in geniepige kringen opgevoed.

Flaneur met wil en tegen dank.

Opgevoed op mezzo-katholieke wijze: wij reserveren het positieve luik van nare ervaringen voor een onuitgegeven toekomst. Natuurlijk blijven wij ons bewust van de overbelichting van gepropageerd en geëtaleerd atelierprut en van fotografisch beeldmateriaal waaruit hoop-en-al een stukje chaos spreekt, maar toch blijft een bouquet van waarachtigheid ons inspireren. Er moet toch een hap van de oorspronkelijke en braakliggende taart  zijn, waaraan ook simpele, ongebonden zielen zich te goed kunnen doen. Spontaan komt mij het laat-middeleeuwse woord ‘heerlijkheid’ voor – ik bevraag een meelezende historica hieromtrent. ‘Heerlijk’ in al zijn geledingen, voelt het aan, als ik gewoon op stap kan gaan, met een pijnlijke schouder (zwaar statief) en een simpel fototoestelletje. Eentje waarmee je mikt en afdrukt en die simultaan je verwondering voedt. Een apparaat dat echt is, geen strategieën ontwikkelt, geen ingesloten planning herbergt, maar gewoon ‘registreert’ en zich laat vormen tot een ongewrongen instrument. Heerlijk, toch om een vrije fotograaf te zijn.

‘Photography is about the story outside of a photograph’. Misschien moet je net als ik googelen om de mens te vinden die deze uitspraak ongedwongen deed. De definitie is ruim-omvattend; je kan deze interpreteren zoals je belieft. Pejoratief en cultuur-pessimstisch: ‘fotografie’ laat zich verfrommelen zoals een origami-werkje, in de handen en geesten van de experten die iets te verkopen hebben. Luchthartig: ‘fotografie’, het medium tot zelfexpressie, is eveneens plooibaar voor geestigen van geest, die wat rondlopen, zonder hangende mondhoeken en kritisch-gekruiste armpjes, met een kinderlijke blik op wat de tred hen openbaart. Zonder plan de campagne, zonder manoeuvreerlijntjes, zonder vooropgestelde denkbeelden. Zo maar, met een onbevangen inzicht. Kwetsbaar bovendien.

Het verhaal buiten de foto om. De carnavalstoet waarin wij dagelijks figureren. Daar gaat het om. En om wie wij waarlijk zijn, onder clownmutsen en ver weg van gespeelde fratsen. Ontmaskerd raken wij toch. Alweer een doel.

aan zee

Ontmoeting.

20130214_dagboek__LDW7684LD-3

Avondwandeling tussen de totaalinrichting van een dorp (4)

20130214_dagboek__LDW7666LD 20130214_dagboek__LDW7661LD 20130214_dagboek__LDW7664LD 20130214_dagboek__LDW7663LD

De opstelling van de werkdag.

valerie

valerie bis

Avondwandeling tussen de totaalinrichting van een dorp (3)

20130214_dagboek__LDW7697LD 20130214_dagboek__LDW7698LD 20130214_dagboek__LDW7655LD

Avondwandeling tussen de totaalinrichting van een dorp (2)

20130214_dagboek__LDW7659LD 20130214_dagboek__LDW7694LD 20130214_dagboek__LDW7677LD 20130214_dagboek__LDW7668LD

Avondwandeling tussen de totaalinrichting van een dorp (1)

20130214_dagboek__LDW7673LD 20130214_dagboek__LDW7675LD 20130214_dagboek__LDW7665LD 20130214_dagboek__LDW7660LD

Langs Vlaamsche zeeën.

20130205_dagboek__LDW6847LD 20130205_dagboek__LDW6865LD 20130205_dagboek__LDW6861LD

Vlaamse belevenissen langs wegenissen.

20130210_dagboek__LDW7255 20130210_dagboek__LDW7261 20130210_dagboek__LDW726220130207_dagboek__LDW7012LD 20130207_dagboek__LDW7016LD

Het seizoen der tweeluiken en vierwieken (3)

molentjes

Ik bevroed.

Ik heb zo pas even niet nagedacht. Mezelf even een heilzame, tussentijdse halte opgelegd in een stroom van vele gedachten. Een embargo van mijn mijmeringen. Een schimmelende gedachtegang leek mij al wekenlang te omklemmen en wie weet, de facto, duurde het tobben misschien wel minstens zo lang als het aanvoelde. Goed wetende dat niet velen mijn gedachten zullen opnemen, waag ik het nog niet helemaal om de grenzen van de mogelijke mogelijkheden te betasten en te uiten. Een voorzichtige conclusie kan dus niet uitblijven en een moment van geluk evenmin. Net voor ik alweer een vorm van zelfbeklag en terughoudendheid koester. Met andere woorden: ik heb vandaag alweer een paragraaf aan de levenservaring toegevoegd, de som der fouten wat aangedikt. Geen pijnlijk rubriekje, maar eentje dat littekenend blijft hangen.

20130209_dagboek__DSF9639LD

Ik vang aan met de conclusie: jarenlange stille vriendschappen, die niemand opvallen, kunnen in de marge, door derden, doodgesmoord worden. Jij kent hen ook toch ook: die afstandsvrienden van op schoolbanken en van legertentjes en van andere verwantschappen. Die vriendschappen die nooit ingenieus gepland waren, maar in de luwte organisch aan elkaar geklit zijn. Vriendschappen, die nooit ten prooi gevallen zijn aan verboden, aan gedeelde liefdes of aan gemiste gelden of aan de combinaties met ander prijzengeld. Die vriendschappen zonder prijs kunnen zomaar stuk gaan. Echt zò maar, als standbeelden die op een gewone ochtend, in brokken, naast hun voetstuk liggen. Gevallen, gestoten, of gewoon zonder verklaring, niet meer daar waar het uitzicht geen verwachtingen meer heeft. De zwaartekracht ten dienste.

Ik heb nagedacht over stille vriendschappen die het volle daglicht niet meer verdragen, omdat een vorm van kennis mijn schaapachtige gedachten inmiddels belemmert. Kennis, een weetje, een openbaring en zowat alle vormen van bewustwording er tussen in, zijn ongetwijfeld de meest efficiënte manieren om voetstukken te ondergraven. Zeg maar, om de schijn van het zijn te verdrijven. In kringen van provinciestedelijke politiek, van degelijke haute finance en van oude sjieke families en (nu ook) van actuele wielerscènes, zal mijn bevinding vermoedelijk weinig indruk maken. Maar in het benepen kunstwereldje bijvoorbeeld, vraag ik mij meteen af of er één figurant is, die niet bijdraagt tot het ‘spel’ van het ophouden van schijnsel. Spontaan duiken de zelfverklaarden op, de kringwinkelkruimelkunstenaars, wiens gore namen niemand kan of kon raden. Ik denk natuurlijk evengoed aan de schuimmakers, de academische back-officieren in het kielzog van de meedraaiende kunstenaars. Voor de duidelijkheid: ik bedoel een groepje kunstrecensenten voor wie echt het niet uitmaakt wie of wat ze dienen te bespreken, zolang het payrollproces maar niet sputtert en ‘er maar iets op het doek staat’. Al is dit laatste ook vatbaar voor een schijnbeweging naast de verfpot. Kan het zijn dat je merkt dat mijn ontnuchtering in dit soort maaksels doorsijpelt? En dat je begrijpt dat vriendschappen, gegroeid in een gangbaar geloof in de echtheid van ‘kunst’, een onderduimse boventoon krijgen? Wie is de niet geniepige kunstenaar, de enkelhartige kunstexpert, de ware kijker in de rayon der fundamenteel causale kunsten? De beruchte ‘fuck’s’ geheten. Ik heb een vacature vrijgehouden.

De pose is belangrijk. Mijn perspectief ook.

De pose is belangrijk. Mijn perspectief ook.

Kijk, de zwijgende vrienden van eertijds hebben veel te verliezen bij het onderhouden van vriendschappen, die een eigentijdse update niet kunnen gedogen. Hele loopbanen blijken plots geworteld in de machtsbedding van schoonvaders en schatplichtigen. Geschoeid op fopperij. Op praatjes, waarin ijveraars en de gedreven ik, al dan niet stellig geloofden. Het is zo wat de tijd om het marionetschap op te zeggen, actief en nijverig en ongewild naijverig. Al zal ‘zwijgen’ het ‘plan de campagne’ van de kunstschermers blijven kenmerken. Kunst draagt niet bij tot ware vriendschap. Alweer een gedachte, goed voor weken.

(Weken van hart, bedoel ik).

Ware vriendschap weerstaat de tijd, het gebeente en de plaaster.

Ware vriendschap weerstaat de tijd, het gebeente en de plaaster.

Seizoentje van tweeluikjes (4).

tweeluik4

Die ochtend in de kunstenschool….

20130209_dagboek__DSF9474LD 20130209_dagboek__DSF9362LD-2 20130209_dagboek__DSF9563LD 20130209_dagboek__DSF9575LD 20130209_dagboek__DSF9330LD-2

….. beproefden wij het theoretisch discours van de stagiaire.

Het seizoen der tweeluiken (2).

dyptich2

Een doordeweekse avond in de Academie (vrouwvriendelijk).

20130207_dagboek__LDW7059LD 20130207_dagboek__LDW7087LD 20130207_dagboek__LDW7118LD 20130207_dagboek__LDW7163LD

Foor.

20130205_dagboek__LDW6761LD 20130205_dagboek__LDW6777LD-4 20130205_dagboek__LDW6787LD-3 20130205_dagboek__LDW6792LDLD 20130205_dagboek__LDW6806LD 20130205_dagboek__LDW6814LD

Het seizoen der tweeluiken (1).

dyptich

 

Avond, Sask, nieuwe explicaties & modellen.

20130205_academie__LDW6962LD-3 20130205_academie__LDW6946LD 20130205_academie__LDW6899LD 20130205_academie__LDW6892LD-2