Luc Dewaele, dagboek

Over fotografie en leven.

Month: December, 2012

HIV gewenst in 2013!

Hartverwarming, Inventiviteit, Verlangen. Wat kan ik U meer wensen?

(Een graai uit het komende aanbod: een antidotum, entstof, schadeloospillen,….)

Kunstdocenten en koi-karpers : één strijd om brokken.

achterflapklap.

2013, fabulae causa.

Turricula mea est.

2012, fabulae asininae.

Prettige verderzetting in 2013 gewenst.

Femina (?) fatalis.

Mangarrai Station Jakarta.

Even wat uitproberen voor mijn boekwerkje over Java : beelden met een ‘film noir’-toets, klassiek kleur, met en zonder randje,… alle geneugten van Lightroom laten bezinken. Uw gewaardeerde inbreng in deze kwestie wordt niet weggelachen. Ik rook u misschien wel uit.

Femina firma

femina firma

Geen latijn : Chimamanda Ngozi Adichie.

http://www.ted.com/talks/lang/nl/chimamanda_adichie_the_danger_of_a_single_story.html    of

Voor wie zelfs als fotograaf echt een nieuwe confrontatie zoekt. Of inspiratie.

Christi Natalis 2012.

dagboek2654LD

dagboek2624LD

dagboek2674LD

dagboek2605LD

dagboek2586LD

Occursus casuales.

_DSC4890LD

_DSC3381LD

Femina timida

femina timida

Femina pia.

Een vrouw.

Falsificatie in de Belgische fotografie (5) : breng uw boodschap in een testikelomdraai.

Ik heb wat gewacht om over de vordering der gedachten iets op het leesscherm te plaatsen. Ik ben in weerwil van mezelf toch wat omzichtiger geworden in het kiezen van woorden, citaten, tijdstippen en het medium an sich. De rake keuring van willekeurige posts, door internetpessimist Andrew Keen, doet mij even pauzeren. In DS (22 december, c10) toont hij aan dat facebook, google en konsoorten dolgraag willen dat wij, argelozen, hen als publieke nutsvoorzieners omarmen. Gratis voor niks en dus voor elkeen het win-win-win-verhaal. Ik denk dat ik vanaf heden mijn internettypering koppel aan ons huisdier. Transanimalisme, bestaat er zoiets? (Nee, ik verzwijg het feit dat het een kattin op gevorderde leeftijd is, gesteriliseerd en hondstrouw en gedekt door een uitvaartverzekeraar).

Maar toch, nu moet het me van het voormalig katholieke hart. Mijn vader zaliger leerde mij immers dat zelfrespect nooit ofte nooit door de medemens cado gegeven wordt, ook niet onder een kerstboom. En zeker niet door de figuren die je scherp op de korrel neemt.

Onlangs woonde ik een zitting bij, een zelfbespiegeling over het soortelijk gewicht van een illustrator-fotograaf en over de deugdelijkheid van het geleidend draagvlak, zijnde de krant en aanverwante publicaties. Ik zat er bij en luisterde gewillig toe. (Ook al kreeg mijn lichaam soms vervelende tegentrekjes – en ik moet meer naar mijn lichaamstaal luisteren, zegt mijn lijfarts als maar meer.)

De zitting van de stoel en de ‘lezing’ waren slopend voor de 300 betalende toehoorders en hun initiële achting. Staandeweg en druppelsgewijs werd het zelfs voor een handvol die-hard-fans duidelijk dat uitdeinende kletspraat de wezenlijke pijler vormde in het ‘discours’ van de gladde egorijder. De brave man hield als toetje nog wat bloot materiaal achter de hand, zo rond middernacht. Maar de goesting was vervlogen.

Bij uitbreiding van dit besef kan je een benullig ijkpunt – breeduit vertelselen– zelfs toepassen op veel vormen van beeldbespreking. De Standaard was er net voor Kerst, bij monde van Dorien Knockaert alweer lichtvaardig in. Voorwaar, voorwaar, de belichte fotografe van wacht beademde zichzelf als antropologe, klein maar fijn van snit en naad. Omdat en zodat er voorspelbare beeldjes van slordige interieurs even paginabreed verschenen. Kijk, alweer is het wonder geschied: er zijn profetieën die niet alleen zichzelf vervullen; er blijken ook profeten in overvloed die ‘geloofwaardigheid’ aan de versleten definitie onderwerpen. Het oude verhaal van ‘ons’, ‘wij’, ‘maten’, ‘gij’ … De horige journalist met dienstbetoon is weer hip.

De vraag is : wat heb je als beeldmaker aan de woorden van de experten?

‘Bemossing’ is het allereerste woord dat mij zo maar te binnen schiet. Vermoedelijk bedoel ik de nood aan een extra hapje naïveteit bij het lezen en geloven van de kenners? Dat ik een extra laagje goodwill, extra respect opbreng bij hun wijze woorden? Persoonlijk is dit omkeerbaar proces in gang geschopt toen ik een voormalig fotograaf – Veronica hebbe zijn ziel – de onmiskenbare uitspraak hoorde verkondigen : ‘Ik haat fotografie’. Ik geloof deze bedenker ten gronde. Sindsdien begin ik spettergewijs te begrijpen dat fotografie door te veel mensen gekaapt is als een te braakliggend erf.  Eskimo’s over Swahili-grammatica en ik ben er in getrapt. Waarvoor sorry.

Ik ben ongemeen op mijn qui vive als fotografie-kenners spreken.

Hun taal is mijn mikpunt. En breed armgezwaai, gelinkt aan onaffe zinnen, die verklarend horen te zijn. De puntjepuntjepuntje-veronderstellingen na de uitspraken….

Contradicties zijn bijzonder in trek bij de kunstreferenten. Een ristje voorbeelden.

Ik houd van landschappen zonder mensen en -verdraaid, deze slide zit verkeerd-, daar is soms toch een mens centraal ingeslopen.

Ik verwerp het ‘instant décisif’ en maar toch wacht ik gaarne op de man die op onwettige wijze, zijn vuilbak uitkiepert in een verre achtergrond.

Neen, ‘licht’ is een non-item in mijn werk, aandacht voor schoon licht is passé, maar toch is in deze aparte foto het licht te schoon om te laten schijnen.

Jaja, het flitslicht knalt direct de kleine details van menselijke aanwezigheid te voorschijn plus: het kan zo mooi de bevreemding openbaren… (n.v.d.r., de aliënatie van de medemens die elektrische kabels vastkleeft op de vloer).

Neenee, totaal ongaarne ben ik de portretfotograaf maar toch gaat 80% van de beschikbare creativiteit naar portretten van bv’s, ba’s, bp’s, …

Natuurlijk wil ik mijn gedacht doen en ik doe het ook, maar toch: zou je de boeken niet kopen?

Absoluut respect voor het onderwerp is noodzakelijk, maar twee Amerikaanse generatiedikkerds langs de waterlijn, dat kan je toch niet laten lopen?

Iets ensceneren, dat doet een stuk of wat degelijk fotograaf toch niet, maar een reenactment van een hartverscheurend paar schoenen op een oude cafévloer is toch wel te aangrijpend.

….

Tegensprekelijkheden hebben een aandoenlijke impact op deze mens van te goede wil, maar de kunstige conclusies maken wel littekens. De loutere uitspraak dat het beeldmatig decapiteren van het model het universele karakter van het beeld bewijst, doet mij onverwijld denken aan de Bengaalse foto’s van Horst Faas. (Google deze brave Duitser – het is gratis.)

Wat heb ik alvast vandaag geleerd als het om beelden gaat en de omschrijving door hun makers of meeslepende recensenten? Eerlijk, op mijn kertstzieltje? Niets dat ik al niet wist. Maar dat is natuurlijk uitgesponnen jaloezie. Objectief gesproken kan ik een wedervraag stellen. ‘Is het beeld meer dan de sappige anekdotiek die er aan toegedicht wordt?’

Mijn bewondering gaat wel uit naar de manier waarop een fotograaf zijn onderwerp benadert. Het vloeiend invullen van het innemen van clowneske pingpongposities  in de openbare ruimte is vertederend. En verdient een waardige bijzetting in de galerie der Belgische fotografie. Hoe eerder, hoe liever. Een retrospectieve kan al wonderen verwekken en een boekje kan er altijd bij.

……

Thaise kinderen in Voormezele : wie helpt ze en hoe bewegen ze?

Thaise kinderen in Voormezele : wie helpt ze en hoe bewegen ze?

Indonesia revisited (2)

_DSC9002LD

_DSC9053LD

_DSC8084LD

_DSC8067LD

_DSC8070LD

Petitor aeternus.

_DSC9197LD

_DSC9181LD

_DSC9200LD

_DSC8966LD

Indonesia revisited.

_DSC8931LD

_DSC8603LD

_DSC8576LD

Verborgen.

Omtrent de weinig clowneske tegenwoordigheid van een fotograaf. (Die ogen verbergt om het universele karakter van het beeld te versterken).

_DSC8678LD

Preventief beleid inzake e-kaartjes rond Kerstmis en Nieuwjaar.

Geachte klant,

Als bezieler van dit huis van vermoeden sta ik er op om U te informeren omtrent het beleid, dat ons bedrijf voert, rond het ontvangen en versturen van de zgn. E-cards.

Wij gaan er steevast van uit dat U vanuit besparingsoverwegingen, gekoppeld aan commerciële en simpel vriendelijke ingevingen deze vluchtige wensen in de komende periode overweegt te sturen naar fotografie.luc.dewaele@pandora.be of naar info@lucdewaele.be.

Doe dit niet. Ik weet dat U mij niet vergeet in deze periode.

Stuur uw echt en voelbaar adres en ontvang op ambachtelijke wijze een echt en gemeend kaartje. Fysiek overhandigd door een echte tastbare postbode. Een te groots toegewijd kaartje, waarvan je, starend naar de haardmantel, geniet en die eind januari misschien wel meegenomen wordt door de schoorsteen.

Vanwege de Raad,

Luc

P.s. in preview een aanzet tot kaartje.

(+Adjectief) houden.

En de allereerste winnaar dient zich aan. (Het natuurelement in zwartwit is op mijn conto)

2013e

Laus solitudinis.

Lichtervelde 21h33

Roeselare 21h47

Lichtervelde

Roeselare

Frons.

Frons1

frons2

Exitus artis.

straat-5

straat-6

straat-7

straat-9

Berichten over beelden.

Ik lees de meeste kunstrecensies uit schuldgevoel. Vaak na de sportverslaggeving en tussen de nieuwtjes uit regionale katholieke onderwijsinstellingen door. En net voor het papiergemaal ze fijnmaakt. En – bijna vergeten- vanuit de angst dat ik iets essentieels zou missen uit de kosmos van Fabre en Co.

Er zijn overigens ook nog de internetartikels: deze hebben de flair van niet-recuperabiliteit, als je ze niet stante pede leest. Het aandikken van mijn overvolle bladwijzerbalk brengt enig soelaas in deze bangigheid. Maar helaas blijkt het schrijfsel toch reeds elektronisch verdampt op het ogenblik dat ik er aandacht aan schenk. Ken je de sensatie van ‘deze pagina bestaat niet’? Die mis ik alvast niet bij een pakbaar krantenartikel, leunend over de rand van een papiercontainer, in het afvalpark, in de winterzon. Met rijen jong-gepensioneerden knorrend onderaan de rolladder: ‘Ben je alleen op de wereld, misschien?’ Mijn antwoord getuigt nog steeds van misplaatst vertrouwen in de katholieke medemens.

Ik recycleerde een artikel van Sam Steverlynck, uit DS, van 10 december. En ik vroeg mij meteen af: hoe schrijf je zinnig over beelden, als niet-fotograaf? Technische prietpraat, daar waagt zo’n mens zich meestal niet aan. Tenzij natuurlijk als de schrijver van dienst ook als hobby-fotograaf (met een abonnement op een blinkend fotografie-magazine) zijn kennis wil bewijzen. Doorgaans is het niet zo gesteld en zwijgt de opsteller over de technische kantjes. Tenware er een conceptueel filosofietje aan gekoppeld kan worden of mits iemand iets techneuterigers influistert.

Het artikel dus. Over de gebonden cameraman die vrije fotograaf is, maar feitelijk naar de schilder wil kijken. Nicolas Karakatsanis, in Alice Gallery, Brussel. Ik rep mij, voor 21 december, of stuur mijn betrouwbare Brusselse vrienden van dienst, om te kijken en te rapporteren. Ik beperk mij tot de aard van de beschrijvende argumenten, omdat, naar ik verhoop, woorden een onderbouw van beeldtaal kunnen vormen.

Ik lees over lovende epitheta, die de auteur en Vlaamsche prominenten over de foto’s verspreiden, zonder weliswaar een pakbaar motief mee te geven. Iets in de trant van: ‘De beelden zijn goed omdat ik en mijn maten het zeggen dat ze goed zijn.’ Een wankele afweging dus, die vervliegt als de ‘maten’ plots mee hengelen in dezelfde mediavijver. Maar zo ver is het nog niet.

Ik lees ook over de suggestieve kracht van de beelden. Ze tonen minder dan wat de fantasie prikkelt, stel ik me voor. Daarbij scoort het argument ‘sfeer’ altijd, en de tekenende adjectieven ‘mysterieus, dreigend, onheilspellend, geladen’ worden onvermijdbaar. Beledigend wil ik niet altijd zijn, maar ik vrees dat dezelfde redenering geldt voor een pasfoto, een grijs archiefnegatiefje van Aglaia Konrad en een snapshot uit de Roeselaarse Batjes. Als je ze maar uit hun utilitaire context trekt en uitvergroot in een witte ruimte presenteert.

Dan het kenmerk van het wordingsproces van de beeldenreeks: veel werk en tijd ingestoken, ver gereisd, met grote namen op impressionante filmsets gewerkt,….  Goed, maar wat kenschetst het restant, de foto? Goodwill om kijkersaandacht te schenken aan het beeld is geklaard , maar welke beeldelementen rijmen met de al dan niet machtige ontstaansgeschiedenis van de foto’s?

Vervolgens de klassieke tegenargumenten : de anekdotiek en de narratieve logica worden ontkend. Vermoedelijk omdat deze niet kaderen in de omkadering van een kunstgalerie – anekdotische beelden en verhaaltjes horen er niet, wegen niet, tenzij ze negentiende-eeuws zijn en een lang rijpingsbeloop gekend hebben.

De klassiekers stapelen zich op als zelfs duidende woorden gebruikt worden, die geen trefwoordwaarde in de Nederlandse taal hebben. ‘Textuur’ is er zo eentje. Ik stel er mij een lap ruwe grondstof bij voor, met een verwondend oppervlak, een tortuur voor wie het beroert. Maar neen, met het kunstkritische ‘textuur’ wordt soms bedoeld: de specifieke presentatie-middelen, die hun eigen glans en schijnsel uitlokken. Als publicitair fotograaf krijg ik dagelijks steraanbiedingen van deze duurogende plexi- en dibond-vertoningen. Er is geen inhoudelijk statement aan verbonden; het is gewoon proper en onprofijtig om je foto’s er in te begraven.

Inpalmend zijn steeds het besef van uniciteit van de afdruk en de linke schakel met de schilderkunst, middeleeuws en hedendaags. Ik weet niet hoeveel kijkers hierin een ongeveinsd geloof hanteren, maar ik wil ze gerust een boterham geven. Oprechte gelovigen zijn schaars. (Ik heb dit vertrouwen ten eeuwigen dage afgezworen na het aanhoren van kunstenaars in sessies als ‘Back to the Future’, in een naburige hogeschool.)

'Cold Face', één van de foto's die te maken zijn op academische zolders.

‘Cold Face’, één van de foto’s die te maken zijn op academische zolders.

En dan zijn de woorden op. Woorden reiken niet ver genoeg om beelden echt te  verhelderen. Ook niet in de pen van journalisten en bevlogen bloggers. Eén zichtbaar jonge dame wijdde zich onlangs ook aan het beschrijven der fotografische beelden, Ann De Craemer (http://anndecraemer.be/2012/12/10/friederike-von-rauch-de-traagheid-der-dingen/).

Ik ben altijd gecharmeerd als niet-vakfotografen over fotografie berichten. En volkomen weetgraag ben ik ook als een hedendaagse dame over hedendaagse beelden schrijft. De woorden in haar recensie over Friederike Von Rauch zijn ‘schoon’ en verbeelden puur-particuliere gewaarwordingen. Ze nodigen uit om traag te lezen, en misschien te zwijgen of levensbeschouwelijke uitspraken te doen. Of om poëzie te gaan lezen en nieuwe verwikkelingen te verwekken tussen fotografie en sierlijke taal. Maar mijn honger naar functionele grammatica m.b.t. beeldtaal blijft. Ik denk dat de daad van het fotograferen, vanuit de oprechte verwondering gewoon mijn regel is. Meer niet. Beelden, die traag en stil uitdoven, op een scène waar de mechanica der woorden inbeukt op beelden. Zonder blijvende brokken te maken overigens.

Kuurne, ontmoetingen bij Valerie Vonck.

Bernard X

Sylvia K

Daisy X

Cindy F

 

 

Causa mea.

Thuis.

“I don’t care so much anymore about ‘good photography’; I am gathering evidence for history.” – Gilles Peress

Dos Brugensis.

via brugensis

Os Brugensis

Donderdag, SASK, geen dag zonder één beeld.

dagboek8724LD

Masturbatio luce.

Menen Sinterklaastijd 1

Menen Sinterklaastijd 2

Menen Sinterklaastijd 3