Onwisbare sms’en.

In de momenten van verveling (bijvoorbeeld tijdens de ochtendlijke treinreizen waarbij ambtenaren luidop hun wereldverbeterende visies verkondigen), op die momenten wis ik sms’jes. Een paar van die boodschapjes behoud ik, omdat ze een nostalgische waarde hebben. Die van toekomstige aflijvigen. Of omdat ze een mobiel nummer insluiten. Functioneel behoud heet dat. Een hoopje berichten conserveer ik vanuit een onbegrijpelijk genoegen : die met veel uitroeptekens en vraagtekens. Ik houd ze, omdat ze in  hun nietszeggende schreeuwerigheid, heel veel verdriet en onmacht verraden. Met andere woorden : ze hebben uitgeschreven emotie.

Ik zoek naar beelden met een ingetogen emotie, beelden waarvan ik tot voor kort corrigerend vertelde dat ze mij gevoelloos lieten voorbijgaan. Ik dacht ten dele verkeerdelijk dat de makers ervan formalisten waren, koel-berekenende kikkers, die onnaspeurbare concepten bedachten. Voor de inner-circle-fans, als bedienaars van een echt dieventaaltje. Ik was verkeerd in mijn kwikke inschatting. De limiet van de eigen moederbeeldtaal was bereikt, maar meertaligheid op vlak van actuele beeldvorming vereiste nog eerst een inleiding. Een stevige inleiding.

Daar ben ik nu academisch aan begonnen. Ik heb mezelf overtuigd en herhaal dit credo quasi dagelijks : gij zult geloven in de oprechtheid van de levende kunstmakende medemens. Ik pak hoe dan ook de verdwenen meesters bij de handbeentjes : Paul Martin, Arnold Genthe, Eugene Atget. Ze zijn dood, begraven en het graf is wellicht geruimd; ze zijn dus ongevaarlijk geworden in hun controverse, als die er al was. Vervolgens Robert Frank, Bernard Plossu, Jim Goldberg : fotografen die wellicht een nakende bijna-doodervaring ten volle zullen beleven, één dezer jaren. Ik wens het hen niet toe, maar hun levensloop heeft ook een aankomststreep. Net als het potje yoghurt in de nachtwinkel. Daarna kijk ik rond : Bart Michiels, Yto Barrada, … dient zich nog een documentair ikoon aan? (Je mag altijd suggesties doen….) Biografisch en technisch : het zal geen moeite kosten hen te strippen. Maar waar zullen hun beelden mij brengen? Welk verhaal achtervolgt hen? Welke betrokkenheid stuurt hen? (Ik zoek nog een helder woord voor het gevoel tussen “betrokken” en “emotioneel”.) Wat dacht je van “maatschappelijk affectief”?

Als ik mensen mag geloven, is het kunstenaarschap te schematiseren. Ik moet dit nog natrekken in de geschriften van Pascal Gielen. Maar één ding is nu al zeker : een kunstenaar mag academisch gevierendeeld worden. Er is het kwart van de inhuizige laborant : het beeld van de noeste thuiswerker die worstelt met een wit blad, een wit doek, een lege notenbalk of een blinkend fototoestel. De man heeft de niet te verantwoorden luxe om zich in zijn spiegel te uiten. Een ander vierde deel is evenmin aan verantwoording onderhevig : de gevierde kunstenaar die entertainend zijn centen opraapt. Zelfs boos of opgewonden scharrelt hij fondsen bijeen. En dan blijft er nog een essentiële helft van het kunstenaarschap te verklaren en dicht te naaien : die vijftig procent die worstelt met de vraag naar antwoorden op onvermijdelijke vragen. Vragen van publieke aard, in een schoolse context, binnen het nabuurschap van galeristen en curatoren. De mensen met bestedingsdrang van belastinggeld. Mensen die de kunstenaar wel degelijk op aansprakelijkheid attent maken. Altijd meegenomen, figuren die binnen de actuele kunstwereld een rekeninguittreksel opvragen.

Het extract van twee ijkpuntjes, in lijstvorm. Daarnaar zoek ik in documentaire fotografie. Twee, meer niet. Ze zijn al zo omstandig en weerbarstig dat mijn hersenhelften al beginnen te schuren tegen mijn hersenpan. Twee, zijnde één : het verhaal en twee : het maatschappelijk affect. Ik sms het naar mezelf, zonder uitroepbakens, zonder cynisme. Misschien betrap ik wel enige inconsequenties of gewoon plat opportunisme in het examineren van de actuele kunstwerkers. Wie zal het weerleggen?

Alvast weer een sms die niet te wissen is. Net als de beelden van Brusselse straten.