Vernuft en woorden.

“De participatieve zelfbevraging vanuit kunstsociologisch perspectief.”, lees ik ergens op een verwaaide achterflap. En meer: “Via een cultuursociologische analyse wordt nagegaan hoe verschillende maatschappelijke aspecten een invloed uitoefenen op artistieke selectieprocessen”. Of hoe je niet-zo-modale Paulette-met pecuniaire-possessie kan overtuigen dat je als begaafd kunstenaar je boterham mét vleeswaren wil beleggen, in de geschikte klantenkring. Of nog eenvoudiger : “geld maken met je talent, hoe doe je dat?”.

De voorbije dagen werd ik wat onderworpen aan uitingen vanwege fotografen. Of kunstenaars. Of mensen die carrière-stapsgewijs onderweg zijn van de ene naar de andere status. Ik geef grif toe : meestal, en ondanks mijn bereidorigheid, snap ik niets van artistieke belijdenissen. Niets van de “zelfbevraging”, “discursieve exposé’s”, “perceptieprocessen”. Nada, niente. Ik mis ongetwijfeld een stuk indenkingsvermogen in een artistiek vernuft. Of een stukje grammatica uit het grote lexicon van de glossolalie. Ik mis het en blijf het missen, vanuit mijn, helaas, vermeende nuchterheid. Diagnose : vakkundig afgeboord met… boerenverstand zonder adjectieven. En laat dat nu iets zijn, wat niet op prijs gesteld wordt door behendigen. Of word ik gelijk bejegend met domheid en balorigheid? Het weze zo. Ratio overleeft bij gratie van oprechtheid, niet van de waarheid.

Ik lees de onverbloemden. Spiritueel statement, ware het niet dat het rationeel toetsbaar is. Waarachtig is mijn Joodse oprechte aflijvige Susan Sontag. Zeker als ze stelt dat fotografen voor een verbrekende keuze staan : zijn mijn beelden te zien als “waarachtige expressie” of eerder als “getrouwe weergave”? In beide opties gaat de fotograaf uit van het ontraadselende karakter van zijn medium, van, met eenvoudiger woorden,  het realisme ervan. Fotografen kunnen moeilijk kiezen. Meestal gaan zij die ambiguïteit uit de weg, door hun werk als een gevecht voor te stellen. Iets gemeenzaams aan een slagveld waarin de ik-figuur de wereld beworstelt : de fotograaf is eenzaam in de grote wereld en controleert deze door er onvermoeibaar een beeldenplakboek van te maken. Of, de fotograaf is al overmand door de geweldige wereld en hij stelt zich enkel open voor een separate relatie met de realiteit die hem omringt. Beelden van mensenruggen, gesloten gevels, glasscherven op de grond, vertrapte vogels. U kent ze.

Vandaag leg ik mij neer bij een uitspraak van Boltanski : “Photography lies, it doesn’t speak the truth but rather the cultural code.” De camera liegt, de fotograaf liegt, de criticus liegt. Dat is de waarheid. En een stortvloed aan woorden en volmondige gedachten kan door niets aan veranderen. Jammer.

Photography is an immediate reaction, drawing is a meditation. HCB