Local magazine number 12 – update

12, aan heiligdommen en uitverkorenheid geen gebrek in 2023.
Heb je dat ook, bij het getal 12? Vermenigvuldig het met zichzelf en je komt uit bij een commercieel-geïnspireerde religieuze onderneming. Iets met J en W en punt Org en met 144 en 3 nullen en de pineuten die net buiten het vangnet der uitverkorenen vallen.
Of laat het getal gewoon soleren en je linkt het onbewust aan de jaren van onverstand en rebellie. En aan de hoop dat 13 en ouder de volwassenheid rond en in het kruis kickt.
De vraag was: heb jij dat ook, met twaalf als opstapje?
Wel, ik alleszins niet. Ik denk gewoon aan de tonnage aan beelden die nu hun rustplaats vinden in dit drukwerkje. En aan de vurige wens om ooit een tafel van twaalf te vullen in ons werkmanshuisje in Veurne.
Even terug naar elf. Magazine 11 genoot veel bijval – bij die ene buur aan wie ik het boekwerkje schonk. 11 was ook een mijlpaal in mijn denkpatroon: geen overbodige exemplaren meer voor mijn boekenrek in de zon. Hoewel ik daarvan volop kon genieten: mijn werk aan de zonnekant van het bestaan etaleren. En het wegschenken van boekwerkjes aan wie oprecht interesse betoonde: ik was en ben er wild van. Vermoedelijk was de ‘weg’ in het ‘schenken’ de ultieme stap in de levensloop van het magazine.
Nu ben ik al heel tevreden met wat zon op een toch al overvol boekenplankje met andermans oeuvre. Geloof mij: 11 staat er nog in zijn plastic hoesje, ongedoopt, ongeopend, zijn kleur verliezend. Spannend wordt het pas als het papier in 2032 bevrijd wordt uit zijn manteltje.
Dit alles terzijde aan de bovenbouw van de inleiding. Over naar de nabije toekomst. De woorden overvallen mij op wat uiterlijk een lentedag lijkt in februari, aan de interieurzijde van dubbel glas. Met zicht op diepe graafwerken. Ik lees en herlees en bekijk het beeldtuig vanaf de jaarwende tot op heden. Alles lijkt zonder veel ruis op zijn plooi te plooien. ‘2023’ vormt in het Suikerpark wellicht de overstap naar de invulling van het quasi abstracte begrip ‘Suikerpark’. In- en opvulling van wat concreet, omwonden door beton, een echt belevingspark kan worden. Veel ‘park’ in 2 zinnen, om het verlangen van de buurt naar groen te verwoorden.
Al is er geen echte noodhulp onderweg, in deze oproep. Het uitzicht blijft.
‘2023’ omvat in mijn numerieke fantasie en met veel cijfergegoochel ook nummer 12. Mijn rekenapp op het bureaublad – beide niet vastpakbaar – becijfert: 2023 delen door 12 geeft 168,583333333333. Een geruststelling: toch iets dat schijnbaar onberekenbaar is en nergens naar verwijst, behalve naar zijn eigen eindeloos rekbaar bestaan. Misschien toch toepasbaar in dit woonparkje, ooit, in stukjes en episodes, en eindeloos splitsbaar in cijfers na de komma. Ik verdenk mezelf even aan de gasfactuur te denken – ook onberekenbaarlijk. En aan Angelo Branduardi’s ‘Per Ogni Matematico’, de mooiste tekst voor wie cijfer- en taalgek is.
Ik koester de argwaan dat geen lezer ooit de becijfering zal overdoen. Het vertrouwen is immers groot dat zowel mijn cijferwerk als mijn beeldarbeid beide zeer accuraat zijn. Ontdaan van de tierlantijntjes.
Twaalf wordt aldus opnieuw een document. Van een waarheid. Om te bewaren en te bezwaren, allebei in de toekomst van 2032.
Het zal er eenzaam zijn, in die toekomst.
Lucas Dewaele, op een ingebeelde lentedag, februari 2023.

Let me convince you again. Just click on the picture. (Thanks to https://almerighi.wordpress.com, for inspiring me)
La crociata dei bambini. Partirono all’alba in crociata i bambini Le facce gelate, chi li troverà? Partirono in fila, Sepolti di neve I soli scampati alle bombe ed ai soldati Volevan fuggire dagli occhi la guerra, volevan fuggirla per cielo e per terra un piccolo capo, la pena nel cuore, provava a guidarli e la strada non sapeva trovare. Una bambina di undici, ad una di quattro, come una mamma portava per mano ed un piccolo musico, col suo tamburo, batteva sordo, al timore di farsi trovare E poi c’era un cane, ma morto di fame che per compassione nessuno ammazzò, e si faceva scuola tutti alla pari sillabavan maestri e scolari C’era Fede e Speranza ma né pane, né carne non chiamate ladro chi deve rubare, per dare alle bocche, di cosa mangiare farina ci vuole e non solo bontà Si persero in tondo, nel freddo di neve nessuno più vivi li poté trovare, soltanto il cielo, li vede vagare nel cerchio dei senza meta dei senza patria E cercano insieme una terra di pace non come quella che hanno lasciato, senza fuoco e rovina di Colosseo ed immenso dietro di loro… diventa il corteo Il cane nel bosco fu trovato una sera al collo portava un cartello con scritto: qualcuno ci aiuti, abbiam perso la strada seguite il cane, e vi prego, non gli sparate La scritta infantile, trovò un contadino ma non la mano che la tracciò un anno è passato, e nessuno è venuto il cane soltanto è restato a morire di fame Il cane soltanto è restato e si muore di fame.

Kinderen op kruistocht. Ze vertrokken bij zonsopgang, de kinderen - op kruistocht Met bevroren gezichten, wie zal ze vinden? Ze vertrekken in geleide rij Begraven met sneeuw. Enigen die ontsnapten aan de bommen En aan soldaten. Ze wilden de oorlog uit hun ogen verstoten Ze wilden ontvluchten langs hemel en aarde Een kleine leider, verdriet in zijn hart probeerde hen te leiden en de weg kon hij niet vinden. Een kind van elf met ééntje van vier, als een mama aan de hand gedragen En een kleine muzikant, met zijn trommel, sloeg dof, in angst om gevonden te worden En dan was er nog een hond, uitgehongerd. Die uit medelijden niemand doodde, Hij werd schools getemd allen als gelijken spelden woorden als meesters en schoolkinderen Er was geloof en hoop, gehoofdletterd. Maar noch brood noch vlees Noem hem geen dief die moet stelen, Om monden wat te eten te geven is meel nodig en niet alleen goedheid Ze waren verdwaald in het rond, in de kou van de sneeuw Geen levende ziel kon hen vinden alleen de hemel ziet ze dwalen in de cirkel van de doellozen van de landlozen En samen zoeken ze een land van vrede niet zoals het puin dat ze achterlieten, zonder vuur zonder ruïne van het Colosseum en immens achter hen groeit de stoet De hond in het bos werd op een avond gevonden om zijn nek droeg hij een papieren schrijfsel 'Iemand, help ons, we zijn de weg kwijt. volg de hond en alstublieft, schiet hem niet neer'. Het kinderlijke plakaatje - een boer vond het Maar niet de hand die het tekende een jaar is verstreken, en niemand is gekomen slechts de hond bleef over om te sterven van de honger De hond alleen bleef en men sterft van honger