Lucas Dewaele, dagboek

Over fotografie en leven.

De dag na zondag.

Laat dit nu uitgerekend de dag voor mijn vertrek zijn. Net voor ik mij heel goed begon te nestelen rond de stationsbuurt Manggarai (Jakarta). Alle clichés omtrent Aziatische spoorwegen vind je hier terug: overvolle treinen met snotgastjes op het dak, uitpuilende deuropeningen vol schoon volk, bedelaars en schooiers, leurders van zowat alles (op plusminus tienjarige leeftijd), de geüniformeerde mannen met baviaanblik en de afgedraaide restanten van een rijk koloniaal verleden.

Na acht dagen, op één dag voor het afscheid weet ik zowat wat de niet-exotiserende fotograaf hier kan vinden; het klinkt banaal en zelfs weinig volwassen, maar hier in dit immense land vind je gewoon wat …. vriendschap. Ah ja, het einde van deze zwerftocht noopt uiteraard tot enige meligheid, maar toch, ik meen het, “vriendschap” is hier geen roepie-gebonden materie. De man en vrouw in de trein zijn gewoon gefocust op die rare snuiter met dat onnozel fotomateriaal. “Gebruik toch een mobiele telefoon, man, als je foto’s wil maken”, staat in hun gedachten te lezen.

Ik getuig dus van Westerse achterlijkheid, 60 jaar na de onafhankelijkheid.

Maar hun hang naar vriendschap is wel gemeend. En “ontvrienden” is hier een ongekend begrip.

Conclusie: – het is hier tenslotte al over middernacht -, op zoek naar trefzekere beelden van Oosterse medemensen en toestanden, loop je hier al snel jezelf voorbij. Na twee dagen heb je je beeldmateriaal en kan je inpakken. De queeste naar die beelden kan je wel efficiënt afronden, maar een eervolle vermelding mag je vergeten; je hebt duplicaten gemaakt, meer niet.

Het surplus, denk ik, is te vinden. Maar met tijd en energie en zin voor het “esthetisch manifest beeld”, zoals Lauwaert het schrijft. Ik weet niet of ik over dit ruw materiaal beschik. Het is nuttig de de grondstoffen te laten bezinken, naar de bodem van de objectiviteit. Zodat de gevoelige plaat ook echt gevoelig kan worden.

Content ben ik waarlijk, omdat ik dit rijpingsproces mag meemaken. Vanochtend vroeg waag ik nog mijn kans, met ontvette middelen, zwervend in het Manggarai-station. Hoewel het niet bon ton is, verhoop ik mijn standpunt van objectief en gevoelig fotograaf even te onderstrepen. En wat morgen niet opdaagt voor mijn lensje, ah ja, op een andere keer dan, misschien. Wachten is een Oosters talent.

Heb geduld voor beelden.

 

De bewijzen.

Beelden op een blog bewijzen dat internet bestaat, meer niet.

Op de zevende dag rusten…..

….de treinbegeleiders, de machinisten, de spoorwegpolitiemensen, de toiletopkuisers, de treinkeukenchef en het wagonzaalpersoneel, de spoormanagers-on-duty,….. en dus is er geen trein van Bandung naar Bogor. Eén januari vieren in een auto, op een tolweg, met Europese plakkaten. Dit is geen Indonesisch avontuur meer.

Het avontuur herleeft in de megastad Jakarta, ergens in een verpauperde buitenwijk, met een eigen stationnetje. De trein – een hybride-maaksel tussen trein en metrostel – stopt er even en snelt dan weer onverdroten verder, richting Bogor. Indonesiërs zijn meervoudig gek als het op veroveren van een schaars zitplekje aankomt. Er wordt niet zachtemensgewijs gewacht tot zelfs maar één passagier uitgestapt is; de meute stormt gewoon de trein in. Wie zit, is gewonnen, of zoiets. Eigenaardig volkje; ik moet dringend de kleinzoon van Edward Douwes Dekker hieromtrent bevragen. Of heeft vriendelijkheid ook grenzen?

Geen grenzen kennen de onaflatende blikken mijn richting. Ofwel is het de geur, ofwel de kleur, ofwel het formaat, ofwel het fototoestel. Ofwel een cocktail van dit alles. Ik voel mij een albino-alien, maar laat mij niet als dusdanig kennen. Eén vraag in eenvoudig Indonesisch en ik reply steevast met onopgefrist West-Vlaams. Mooi toch, multiculturele communicatie. Werkt altijd en heeft een afschrikkend effect op inheemsen.

Bogor is de ultieme verschrikking voor een ecologisch-geïnspireerde ziel. De trein rijdt gewoon een openbaar stort binnen. Als Bandung al de milieuhel was, dan is Bogor het infernale nec plus ultra, zo verregaand vuil dat ik er geen beeld aan vuil maak. Geen kolonisator zou hier, zestig jaar na datum, zelfs zijn groot gelijk kunnen terugvinden. Meneer de President, geef terug die onafhankelijkheid. Laat de Hollanders nog één keer een kans.

(Ik vraag me trouwens af wat dit land met zijn oliedollars doet? Niet kwaad bedoeld, gewoon nieuwsgierig…)

Ondanks dit alles is Bogor echt wel gezellig. Als mijn beelden dan toch een richting krijgen ,mag het gerust hier zijn. Vanuit mijn hoofdkwartier (Abu Pension, op 50 meter van het “stasiun”) zou ik stressloos 14 dagen in en rond het stationnetje kunnen rondlummelen. Met mijn eenvoudig meetzoekertoestelletje kom ik hier al heel dicht bij de mensenmassa. Soms verdwijn ik er zelfs in, vooral als alweer een arriverende trein moet bestormd worden. Empathisch fotograferen, het zit mij wel in de aderen.

Wat heb ik dus geleerd vandaag? Simpel: fotograferen is het bepalen van heel nauwe open grenzen. Op één plekje, met een robuust cameratje – geen balast-, alert wachten en klaar zijn tot iets zich voltrekt, wat het ook zij. En vrijgevig zijn, in woorden, in hartelijkheid en af een toe ook in roepies.

Als het wat prekerig klinkt, vergeef mij, want het is zondag, één januari, ik mis internet en veel meer Belgische bloedconnecties.

Beelden volgen.

Dag 6 reviewed.

Beelden bij proza. Ik ken lieden die ervan gruwen. Maar up-to-date academische opwellingen kan ik hier wel enigszins relativeren. Geniet maar even bij een glas champagne, zelfs in de Belgische ochtend.

Beeldjes met terugwerkende kracht, vanuit Jakarta.

Foto’s maken van de vervlogen tijden onzuivere referentiepunten. Een selectie uit dag vijf.

honingmaanreis. Duidelijk wie de baas is.

Pipth, mijn favoriete islamadam. (één foto mocht)

Overblijfsel van Willem 1