Lucas Dewaele, dagboek

Over fotografie en leven.

Tag: gaudeamus

Ontmoetingen op een worp van de nacht. (Today’s encounters of the daily kind)

20130418_dagboekje__LDW5938LD 20130418_dagboekje__LDW5941LD 20130418_dagboekje__LDW5955LD 20130418_dagboekje__LDW5960LD 20130418_dagboekje__LDW6000LD 20130418_dagboekje__LDW6031LD 20130418_dagboekje__LDW6066LD 20130418_dagboekje__LDW6089LD 20130418_dagboekje__LDW6121LD-2

Veracht het (zgn.on)verwachte. (Mundus vult decipi)

20130312_dagboek__LDW0125LD 20130312_dagboek__LDW0073LD 20130312_dagboek__LDW0118LD 20130312_dagboek__LDW0040LD 20130312_dagboek__LDW0137LD 20130312_dagboek__LDW0081LD-2

125 meter van Roeselare. (Of minder)

dagboek3337LD

dagboek3329LD

dagboek3341LD

dagboek3362LD-2

Slaapwel.

Varsenare

Varsenaars bedje

Roeselare in afgeschafte beelden.

dagboek3349LD

dagboek3360LD

dagboek3364LD

dagboek3372LD

Fabrica Batavia.

batavia

Roeselare, Batavia, nachtwandelaar.(2)

Miss Batavia

via batavia naar ergens

bataviaboom

Camionette met vreemde nummerplaat gespot in Bataviawijk

Schakeling van kristallen.

thuis

thuis

Zondags kringloopcentrumbezoek.

stoepkerstwandelingsrookmoment

tante

nonkel

de onbekende

buitenzon

Wandelen.

dagboek3105LD

dagboek3108LD

dagboek3111LD

dagboek3132LD

Samenbouwselen à la Flamande.

dagboek3044LD

dagboek3060LD

dagboek3073LD

dagboek3087LD

De drieëntachtig meter wandeling in Lichtervelde. Aanrader.

Ontmoetingen van de dag.

Lichtervelde

Hooglede

Falsificatie in de Belgische fotografie (5) : breng uw boodschap in een testikelomdraai.

Ik heb wat gewacht om over de vordering der gedachten iets op het leesscherm te plaatsen. Ik ben in weerwil van mezelf toch wat omzichtiger geworden in het kiezen van woorden, citaten, tijdstippen en het medium an sich. De rake keuring van willekeurige posts, door internetpessimist Andrew Keen, doet mij even pauzeren. In DS (22 december, c10) toont hij aan dat facebook, google en konsoorten dolgraag willen dat wij, argelozen, hen als publieke nutsvoorzieners omarmen. Gratis voor niks en dus voor elkeen het win-win-win-verhaal. Ik denk dat ik vanaf heden mijn internettypering koppel aan ons huisdier. Transanimalisme, bestaat er zoiets? (Nee, ik verzwijg het feit dat het een kattin op gevorderde leeftijd is, gesteriliseerd en hondstrouw en gedekt door een uitvaartverzekeraar).

Maar toch, nu moet het me van het voormalig katholieke hart. Mijn vader zaliger leerde mij immers dat zelfrespect nooit ofte nooit door de medemens cado gegeven wordt, ook niet onder een kerstboom. En zeker niet door de figuren die je scherp op de korrel neemt.

Onlangs woonde ik een zitting bij, een zelfbespiegeling over het soortelijk gewicht van een illustrator-fotograaf en over de deugdelijkheid van het geleidend draagvlak, zijnde de krant en aanverwante publicaties. Ik zat er bij en luisterde gewillig toe. (Ook al kreeg mijn lichaam soms vervelende tegentrekjes – en ik moet meer naar mijn lichaamstaal luisteren, zegt mijn lijfarts als maar meer.)

De zitting van de stoel en de ‘lezing’ waren slopend voor de 300 betalende toehoorders en hun initiële achting. Staandeweg en druppelsgewijs werd het zelfs voor een handvol die-hard-fans duidelijk dat uitdeinende kletspraat de wezenlijke pijler vormde in het ‘discours’ van de gladde egorijder. De brave man hield als toetje nog wat bloot materiaal achter de hand, zo rond middernacht. Maar de goesting was vervlogen.

Bij uitbreiding van dit besef kan je een benullig ijkpunt – breeduit vertelselen– zelfs toepassen op veel vormen van beeldbespreking. De Standaard was er net voor Kerst, bij monde van Dorien Knockaert alweer lichtvaardig in. Voorwaar, voorwaar, de belichte fotografe van wacht beademde zichzelf als antropologe, klein maar fijn van snit en naad. Omdat en zodat er voorspelbare beeldjes van slordige interieurs even paginabreed verschenen. Kijk, alweer is het wonder geschied: er zijn profetieën die niet alleen zichzelf vervullen; er blijken ook profeten in overvloed die ‘geloofwaardigheid’ aan de versleten definitie onderwerpen. Het oude verhaal van ‘ons’, ‘wij’, ‘maten’, ‘gij’ … De horige journalist met dienstbetoon is weer hip.

De vraag is : wat heb je als beeldmaker aan de woorden van de experten?

‘Bemossing’ is het allereerste woord dat mij zo maar te binnen schiet. Vermoedelijk bedoel ik de nood aan een extra hapje naïveteit bij het lezen en geloven van de kenners? Dat ik een extra laagje goodwill, extra respect opbreng bij hun wijze woorden? Persoonlijk is dit omkeerbaar proces in gang geschopt toen ik een voormalig fotograaf – Veronica hebbe zijn ziel – de onmiskenbare uitspraak hoorde verkondigen : ‘Ik haat fotografie’. Ik geloof deze bedenker ten gronde. Sindsdien begin ik spettergewijs te begrijpen dat fotografie door te veel mensen gekaapt is als een te braakliggend erf.  Eskimo’s over Swahili-grammatica en ik ben er in getrapt. Waarvoor sorry.

Ik ben ongemeen op mijn qui vive als fotografie-kenners spreken.

Hun taal is mijn mikpunt. En breed armgezwaai, gelinkt aan onaffe zinnen, die verklarend horen te zijn. De puntjepuntjepuntje-veronderstellingen na de uitspraken….

Contradicties zijn bijzonder in trek bij de kunstreferenten. Een ristje voorbeelden.

Ik houd van landschappen zonder mensen en -verdraaid, deze slide zit verkeerd-, daar is soms toch een mens centraal ingeslopen.

Ik verwerp het ‘instant décisif’ en maar toch wacht ik gaarne op de man die op onwettige wijze, zijn vuilbak uitkiepert in een verre achtergrond.

Neen, ‘licht’ is een non-item in mijn werk, aandacht voor schoon licht is passé, maar toch is in deze aparte foto het licht te schoon om te laten schijnen.

Jaja, het flitslicht knalt direct de kleine details van menselijke aanwezigheid te voorschijn plus: het kan zo mooi de bevreemding openbaren… (n.v.d.r., de aliënatie van de medemens die elektrische kabels vastkleeft op de vloer).

Neenee, totaal ongaarne ben ik de portretfotograaf maar toch gaat 80% van de beschikbare creativiteit naar portretten van bv’s, ba’s, bp’s, …

Natuurlijk wil ik mijn gedacht doen en ik doe het ook, maar toch: zou je de boeken niet kopen?

Absoluut respect voor het onderwerp is noodzakelijk, maar twee Amerikaanse generatiedikkerds langs de waterlijn, dat kan je toch niet laten lopen?

Iets ensceneren, dat doet een stuk of wat degelijk fotograaf toch niet, maar een reenactment van een hartverscheurend paar schoenen op een oude cafévloer is toch wel te aangrijpend.

….

Tegensprekelijkheden hebben een aandoenlijke impact op deze mens van te goede wil, maar de kunstige conclusies maken wel littekens. De loutere uitspraak dat het beeldmatig decapiteren van het model het universele karakter van het beeld bewijst, doet mij onverwijld denken aan de Bengaalse foto’s van Horst Faas. (Google deze brave Duitser – het is gratis.)

Wat heb ik alvast vandaag geleerd als het om beelden gaat en de omschrijving door hun makers of meeslepende recensenten? Eerlijk, op mijn kertstzieltje? Niets dat ik al niet wist. Maar dat is natuurlijk uitgesponnen jaloezie. Objectief gesproken kan ik een wedervraag stellen. ‘Is het beeld meer dan de sappige anekdotiek die er aan toegedicht wordt?’

Mijn bewondering gaat wel uit naar de manier waarop een fotograaf zijn onderwerp benadert. Het vloeiend invullen van het innemen van clowneske pingpongposities  in de openbare ruimte is vertederend. En verdient een waardige bijzetting in de galerie der Belgische fotografie. Hoe eerder, hoe liever. Een retrospectieve kan al wonderen verwekken en een boekje kan er altijd bij.

……

Thaise kinderen in Voormezele : wie helpt ze en hoe bewegen ze?

Thaise kinderen in Voormezele : wie helpt ze en hoe bewegen ze?

Laus solitudinis.

Lichtervelde 21h33

Roeselare 21h47

Lichtervelde

Roeselare

Frons.

Frons1

frons2

Exitus artis.

straat-5

straat-6

straat-7

straat-9

Dos Brugensis.

via brugensis

Os Brugensis

Masturbatio luce.

Menen Sinterklaastijd 1

Menen Sinterklaastijd 2

Menen Sinterklaastijd 3

Terminus artis.

straat

straat-2

straat-3

straat-4

SASK, de avond voor 12/12. Ontmoetingen.

avondboek2513LD

avondboek2480LD

avondboek2468LD

avondboek2523LD

Kunstig onkruidje beroer(t) mij niet.

Ik ben alweer voor een toetsenbord gevallen. Met de gedachte dat een simpele pen hanteren uit de tijd is en volstrekt veroudezakkend klinkt. Niet louter de blote benutting van inkt en papier is belegen; het schuurpapieren bestrijken van vast gedachtengoed is dit insgelijks. En bovenal geldig voor het utilitaire kunstwereldje. Onverlichte figuren houden het terrein nutsgewijs netjes braakliggend, zodat de gewassen van Janboel er welig kunnen tieren. Het is er opwindend verblijven voor wie uitsluitend met verpakkingsijver behept is. (En hoopt er een –academische- loopbaan annex pensioen aan te verdienen.)

Ik loop alweer reactionair warm aan en, neen, actuele namen hoor je enkel in privé-modus. Je leest ze ook losjes, met terugslaande kracht, in Gielens boek omtrent ‘Kunst in netwerken’. Of, met vooruit-sorterende force, in ‘de Witte Raaf’, voor een recente, zij het onleesbare update rond kunstenaars die even boven komen drijven. (In braaksel van eigen samenstelling).

ode aan het leggen

Stel je een nieuw credo voor. Taal- en beeldpuristen geraken echt verstrikt in hun woorden en gebaren en concluderen gezamenlijk dat ‘beeld’ en ‘taal’ in geen enkele mengvorm ‘pakt’. Jawel, zoals huisbereide mayonaise pakt, voor zo ver deze niet door een menstruerend medemens samengesteld wordt. Een soortgelijke belijdenis zou onnoemelijk veel mensen tekenen. Ik denk en passant aan kunstcritici die telkens opnieuw diep moeten penetreren in hun woordenschat, om toch maar weer een beeld, weer een beeldenstorm ‘verkocht’ te krijgen. Atelierprut en zolderspullengaring : hoe kwak je daaromtrent iets academisch op het witte blad? Zonder beledigend te zijn (beurs- en broodheren lezen mee), zonder afschrikkend te zijn (kringwinkeliers halen niet alles op), zonder irrelevant te lijken (schrijf met een omhaal van ‘-ismes’, dicteert de galerijhoudster). En met de zekerheid dat niemand het stukje volleest en toch weifelend met een speculatief besluit instemt. Ah, theoretische dubio siert menig kunstmens. Gerrit Komrij maakte zich er vrolijk om; ik word er gewoon bijwijlen verdrietig van. En chagrijnig.

Er is dus het nieuwe credo: dat van ‘het mogelijk mooi zijn’ en vervolgens je bek houden. Want je hebt al teveel gezegd. Praktisch gesteld: we praten niet meer over beelden, wij kijken bijgeval stilzwijgend. Wij schrijven niet; stilte en een spirituele beroering worden de ecologische motor van de kunst- of kijkkritiek. De wereld wordt mooier, stiller en trager. Polemisten werken voortaan aan de betere aarde of elders aan de staat, mecenassen kunnen hun grijs geld elders slijten; witte raven en hun temmers kunnen nu echt tussen het kunstenaarsprecipitaat gaan wriemelen. En kunststudenten worden voortaan helemaal anders beproefd – met talent bijvoorbeeld.

Natuurlijk is dit credo strikt onstoffelijk; ik zou er mensen, critici en gevierde kunstenaars de gordijnen en de stropkoord mee injagen. Maar als denkoefening mag ik toch even..?

Ik bedenk deze optie hoofdzakelijk vanuit eigenbelang. Collectief rond het scherm, met cursisten binnen hand- en vuistbereik stel ik mij steeds de vraag: hoe illustreer ik steeds dezelfde denkbeelden, met telkens andere woorden? Dat een fotograaf (een zo simpel specimen met een fototoestel) zich te langen leste alleen laat leiden door het belijden van zijn verwondering en ware ijver inzet op de hoop dat de kijker dit ook detecteert? Ik benadruk ‘ware ijver’. Om aan mijn blijvend ongenoegen van valse vermoeienissen brandstof te geven. Want, zeg nu zelf, word jij ook zo moe van kunstanalytici, die een weerkaatsend flitslicht duiden als ‘het werk geeft licht’. Terwijl zelfs zonder academisch-verdubbelde dioptrie duidelijk is dat het om een accidentele toepassing van de natuurwet ‘invalshoek=uitvalshoek’ gaat.

ode aan de luren

Mijn ervaring in het beperkte Belgische kunstwereldje is gemarkeerd door de ware valsheid van enkelingen die er rondhangen, doceren, tentoonstellen, manipuleren. Deze uitspraak is voldoende onbarok en prozaïsch om duidelijk te zijn. Natuurlijk snap ik dat ‘kunst’ ook vervangen kan worden door ‘oorbellen’, ‘zeepsop’ of ‘politiek’, wereldjes met eigen ethiek en pathos. Maar als ongebonden DKO-docent –noch kwaad, noch aardig- dien ik wel tot openbaren, niet tot maskeren of bedotten.

Een kat is een kat. Meer dus dan een viervoeter, wiens manifeste perceptie vanuit het perspectief van de muis, als een desorganiserend en paralyserend verschijnsel, de onneutrale spanning van het dier-zijn accentueert. Analyses als ‘De immateriële realiteit van de beelden valt veelal samen met de materiële realiteit van de tentoonstellingsruimte’ is een belazerende manier van verklaren dat een dame of heer grijzige archiefbeelden met doordeweekse industriële presentatie-middelen in een leuke ruimte mag tonen, voor een select publiek. Dat overigens onwetend is/wil zijn. Kijk, dit foppende taalgebruik, ik heb er een bloedkankerhekel aan. Een kat is een kat en bovendien is mijn kat mijn kat. Het is een meisje en ik gesel ze katvriendelijk dag aan dag. Conventioneel kijken naar en spreken over fotografie: door mijn onbeduvelende benadering krijgen beelden ‘plots’ een signatuur toegemeten.

Die van een kat in een zak.

P.s. tussenliggende beelden: met een analoge Leica M5 , en in drie (3) exemplaren afgedrukt op Ilford FB Galerie, formaat 50cm op 72cm, dibond met laminaat, genummerd en gesigneerd door de kunstenaar.  Te koop in Galerie Kunstschede, in Dekzele-Schaarbeek.

Brugse Omzet.

Brugs verzetje

Brugse Zet

Brugs Rood

Brugs Brugs

Brugse misdeelheid

Dominus illuminatio mea.

dagboek8436LD

Avond, licht, SASK, Jana, leerlingen.

jana

jana

jana

het model jana

Hospitalitas.

dagboek8377LD dagboek8384LD dagboek8393LD dagboek8400LD