De koele voyeur en zijn instrumentarium.

by luc dewaele

Coole dr. Bruno en zijn voyeurteam. (Flores, juli 2011)

Documentaire fotografie. Ik word “krampioen” van het ongetwijfeld laatste ras der fotografen, die zich nog durven uiten als ruisarme, scherpe, harmonieuze beeldtaal-gebruikers.

Het epitheton is sieraard uit eigen mouw; de verwijten eraan gekoppeld zijn zorgvuldig gemikte schampschoten uit verre schuttersholen. Anoniem, en ze verwonden wel, maar maken de huid ook taaier. Verwonderend: mijn woorden zijn toch niet onbeduidend voor dwepers van Russische ruis.

tramhalte Wiels

Wiels, voor wie ernaast zou kijken.

Ik citeer vrijelijk uit een tekst van Okwui Enwezor, U en mij onbekend. Omtrent Yto Barrada, een beeldend kunstenares uit Tangiers. Haar werk “Riffs” bevindt zich momenteel in kunstencentrum “Wiels”, aan de gelijknamige tramhalte in Vorst. Documentair werk, omtrent mensen die de Straat (van Gilbraltar) vurig verlangen over te steken. Beelden in de voor- en nagloed van de daad van een Tunesische fruitverkoper, die zich bekwaamde in de tol van de roem van de lont.

Een gewaarwording met veel voorzetsels dus.

“De beelden van “Het Straat Project” schuwen het frontale en de claustrofilie van de documentaire vorm in zijn neiging de ruimte tussen subject en camera op te heffen”.

Een eigenaardige gewaarwording maakt zich meester van mij. Een nieuw credo, een dwingend geloofspunt voor eigentijdse documentaire fotografie wordt hier aangemaakt. Documentaire fotografen zijn veruit de meest onvernuftigen – ze plukken uit de realiteit van de dag – maar dit citaat geeft toch te denken en te bevroeden.

Ik begrijp het goed. Klassieke documentaire fotografen gaan frontaal te werk : ze gaan het onderwerp niet uit de weg, wentelen zich niet in beeldenkramerij, ze confronteren met de camera. Pittiger nog : ze houden ervan zich in het subject onder te dompelen of –ik ontleed het woord “claustrofilie” -, ze sluiten zichzelf er in op. Ze reiken de hand naar wie binnen handbereik bereid is. Ze fotograferen zonder nadenken, in een onveilige ruimte. Subjectief, indiscreet, niet objectiverend, verworpen voor enige vorm van “onderzoek”.

Dit doet zeer, omdat het de rol van geëngageerde documentalist-fotograaf à la Eugene Smith, vlotjes verwerpt en het gapende vacuüm dempt met drijfzanderige filosofische verwijzingen. Worden fotografen echt bij de hand genomen, of bij de neus? De vraag belaagt mij, bij de rigide reeks geboden voor de documentaire fotograaf, de ene al vager dan de ander.  De heer Enwezor verkondigt lepelsgewijs allerlei “nieuwe” toepassingen van woorden op beelden. De uitkomst is een geloofsleer die krampachtig aansluiting zoekt bij het “beeld” dat ik al dan niet zie en verwijst naar een vage actualiteit voor ingewijden. Maar kom, ga toch maar eens een kijkje nemen bij Wiels (www.wiels.org). En lees de tekst “Een heldere vuurgloed”, van Okwui Enwezor. Ik heb het meermaals gedaan en ik fotografeer nog.

In een eigen dagboek mag je uitglijden. Over eigen gal. Net zoals bij het maken van ondienstige foto’s.

Hangend uit een treinraam (è pericoloso sporgersi) waaien de beelden voorbij. De gedachten ook. En weg zijn ze.

"In dit beeld wordt de logica van de doorgedreven reductie gevolgd."