Real diary (1748)

by lucas dewaele

Life is simple: let the students do the job.

© Michel Danneels
20210608_Trax2__DSC3262
Klasblog, met dank aan Miguel Devriendt & Michel Danneels

Coronalyse.

Het magazine waarvan ik vurig en koortsig hoopte dat het nooit zou verschijnen, is er nu toch.

Het virus heeft beslist – niet ik. Een logisch vervolg op het hatelijke jaar 2020 met zijn pandemisch-reikende pijnwijdte.

2021, helaas, deze tijden hebben hun rampspoedkoers niet echt gewijzigd. En wij, wij ondergaan. Nu en wellicht verborgen, voor altijd, in stilte en verbetenheid.

Monter klinkt dit alles niet. Ik weet het zeer wel en probeer deze opgedrongen drang met overtuiging te vermijden. ‘Niet monter zijn’ als afgezworen credo. Maar met alomtegenwoordige rationaliteit alleen redden wij het niet uit deze poel der ontbinding. Er is meer nodig, en alweer helaas: een stortvloed van gevoelens bekruipt en bestormt ons en brengt nog meer verwarring in ons bestaan. Het DNA van deze emo-tsunami is vaak dubbel en strijdig. En uniek op een schrijnende wijze. (Van primeurs verwachten wij altijd iets als pittige blijdschap). Dat alles maakt ons bang. Oerbang.

Bangigheid in tijden van vrije virussen. Ik val dan vanzelf terug op Susan Sontag, geen fotografe maar meer en beter: iemand die denkt in beelden en ze vlijmzuiver en loepscherp fileert. Zelfs postuum.

Op pagina 134 van haar boekje ‘over fotografie’ lees ik: ‘de camera kijkt voor ons en verplicht ons te kijken, met als enig alternatief niet-kijken’. Wars van de context, ontwar ik hierin een grote uitdaging voor fotografen van allerlei slag. In een corona-omkadering, met een camera aan de pols, halen wij ons nog een verordening op de hals: de blik van de camera volgen, zonder tegenpruttelen. Elke tegenwerping mondt uit in ‘niet-kijken’, een vrij kenmerkende eigenschap van tal van kunstdocenten. Maar dat is een ander verhaaltje, eentje voor de dagen zonder vrucht.

Inmiddels hebben wij al een goeie vierhonderd dagen met twistappels en andere betwistbare vruchten, achter ons. Dat schrijf ik althans, zonder al te intens zelfvertrouwen. 400 dagen die onuitgegeven zijn, maar waaraan wij nu iets gaan verhelpen. Namelijk door de beelden te tonen. Beelden die ondanks zowat alles toch gemaakt zijn. Omdat de camera ons dwong. Omdat de omstandigheden ons niet bedwongen hebben. Zo simpel is dat.

Maar eigenlijk maakt de camera van iedereen een toerist in de realiteit van een ander, en uiteindelijk in die van hemzelf. (Susan Sontag, Over Fotografie, p50)

Zullen wij zo afspreken?

Namelijk dat wij volgende keer een andere realiteit kiezen? Maar wél als toerist, in elkaars nabijheid. Niet te dicht.

Dank.

Lucas Dewaele