Lucas Dewaele, dagboek

Over fotografie en leven.

Tag: liesl lacon

Flemish towns to avoid (101)

20140731_dagboek__DSF4248 20140731_dagboek__DSF4251 20140731_dagboek__DSF4259

 

The noble art of breeding cattle.

20140801_dagboekje__DSF4277

 

Flemish towns to avoid (100)

20140723_dagboek__DSF3953 20140723_dagboek__DSF3997 20140723_dagboek__DSF4003 20140723_dagboek__DSF4018

 

Flemish towns to avoid (99)

20140723_dagboek__DSF4039-2 20140723_dagboek__DSF4037 20140723_dagboek__DSF3990 20140723_dagboek__DSF3986

Flemish towns to avoid (98)

20140722_dagboek__DSF3885 20140722_dagboek__DSF3874 20140722_dagboek__DSF3870

Flemish towns to avoid (97)

20140722_dagboek__DSF3899-220140722_dagboek__DSF3878-2 20140722_dagboek__DSF3895

Flemish towns to avoid (96)

20140722_dagboek__DSF3934 20140722_dagboek__DSF3902 20140722_dagboek__DSF3915 20140722_dagboek__DSF3920

The true world of Hasselblad.

500fcm

True Tribute to formal parameters.

Saul Leiter in no great hurry.

20140503_dagboek_DSF8613-320140503_dagboek_DSF8631-2

 

Dessert. (Stomach view)

20131012_dagboek__DSC7529LD

Een West-Vlaamse droom.

De-West-Vlaamse-droom

Omtrent dak- en andere bedekking.

Season of diptychs (6)

the-nature-of-things

Natura artis magistra.

(In kunstscholen:  ‘Artificium artis magister’).

Class of 1914-2014

bisdomDesinit in piscem mulier formosa superne

Vlaanderen vanuit verharingsperspectief (6)

20130708_dagboek__DSF6350LD 20130708_dagboek__DSF6345LD 20130708_dagboek__DSF6340LD

‘Too often in life we pass by important things. Let’s pause, change perspective and see things more clearly.’

Sergio da Silva – From the book “Water, Mirror of the World”

51 ways to make diptychs.

51LD

http://www.blurb.com/b/4307465-het-seizoen-der-tweeluiken?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Hic iacet sepultus. (H.I.S.)

20130505_dagboekje__DSF2974LD

Vlaanderen vanuit een ‘contemporary art’-perspectief

20130503_dagboekje__DSF2570LD

Brussel. Geen ontknoping mogelijk.

20130428_dagboekje__DSF2326LD 20130428_dagboekje__DSF2280LD 20130428_dagboekje__DSF2309LD20130428_dagboekje__DSF2265LD 20130428_dagboekje__DSF2293LD 20130428_dagboekje__DSF2303LD 20130428_dagboekje__DSF2322LD

Anna loog,

toen zij mij vertelde over de winter, de sneeuw en haar nieuwe Fuji G617. En over gevelde Duitsers, bomen van venten.

Fuji 617, Kodak panatomic Lie, Xtol developer

feek LD

Inobsequens. Ode aan Theodoricus Vomitus en Lizz Deck.

(Wel)Licht uit het werk.

Kunstig onkruidje beroer(t) mij niet.

Ik ben alweer voor een toetsenbord gevallen. Met de gedachte dat een simpele pen hanteren uit de tijd is en volstrekt veroudezakkend klinkt. Niet louter de blote benutting van inkt en papier is belegen; het schuurpapieren bestrijken van vast gedachtengoed is dit insgelijks. En bovenal geldig voor het utilitaire kunstwereldje. Onverlichte figuren houden het terrein nutsgewijs netjes braakliggend, zodat de gewassen van Janboel er welig kunnen tieren. Het is er opwindend verblijven voor wie uitsluitend met verpakkingsijver behept is. (En hoopt er een –academische- loopbaan annex pensioen aan te verdienen.)

Ik loop alweer reactionair warm aan en, neen, actuele namen hoor je enkel in privé-modus. Je leest ze ook losjes, met terugslaande kracht, in Gielens boek omtrent ‘Kunst in netwerken’. Of, met vooruit-sorterende force, in ‘de Witte Raaf’, voor een recente, zij het onleesbare update rond kunstenaars die even boven komen drijven. (In braaksel van eigen samenstelling).

ode aan het leggen

Stel je een nieuw credo voor. Taal- en beeldpuristen geraken echt verstrikt in hun woorden en gebaren en concluderen gezamenlijk dat ‘beeld’ en ‘taal’ in geen enkele mengvorm ‘pakt’. Jawel, zoals huisbereide mayonaise pakt, voor zo ver deze niet door een menstruerend medemens samengesteld wordt. Een soortgelijke belijdenis zou onnoemelijk veel mensen tekenen. Ik denk en passant aan kunstcritici die telkens opnieuw diep moeten penetreren in hun woordenschat, om toch maar weer een beeld, weer een beeldenstorm ‘verkocht’ te krijgen. Atelierprut en zolderspullengaring : hoe kwak je daaromtrent iets academisch op het witte blad? Zonder beledigend te zijn (beurs- en broodheren lezen mee), zonder afschrikkend te zijn (kringwinkeliers halen niet alles op), zonder irrelevant te lijken (schrijf met een omhaal van ‘-ismes’, dicteert de galerijhoudster). En met de zekerheid dat niemand het stukje volleest en toch weifelend met een speculatief besluit instemt. Ah, theoretische dubio siert menig kunstmens. Gerrit Komrij maakte zich er vrolijk om; ik word er gewoon bijwijlen verdrietig van. En chagrijnig.

Er is dus het nieuwe credo: dat van ‘het mogelijk mooi zijn’ en vervolgens je bek houden. Want je hebt al teveel gezegd. Praktisch gesteld: we praten niet meer over beelden, wij kijken bijgeval stilzwijgend. Wij schrijven niet; stilte en een spirituele beroering worden de ecologische motor van de kunst- of kijkkritiek. De wereld wordt mooier, stiller en trager. Polemisten werken voortaan aan de betere aarde of elders aan de staat, mecenassen kunnen hun grijs geld elders slijten; witte raven en hun temmers kunnen nu echt tussen het kunstenaarsprecipitaat gaan wriemelen. En kunststudenten worden voortaan helemaal anders beproefd – met talent bijvoorbeeld.

Natuurlijk is dit credo strikt onstoffelijk; ik zou er mensen, critici en gevierde kunstenaars de gordijnen en de stropkoord mee injagen. Maar als denkoefening mag ik toch even..?

Ik bedenk deze optie hoofdzakelijk vanuit eigenbelang. Collectief rond het scherm, met cursisten binnen hand- en vuistbereik stel ik mij steeds de vraag: hoe illustreer ik steeds dezelfde denkbeelden, met telkens andere woorden? Dat een fotograaf (een zo simpel specimen met een fototoestel) zich te langen leste alleen laat leiden door het belijden van zijn verwondering en ware ijver inzet op de hoop dat de kijker dit ook detecteert? Ik benadruk ‘ware ijver’. Om aan mijn blijvend ongenoegen van valse vermoeienissen brandstof te geven. Want, zeg nu zelf, word jij ook zo moe van kunstanalytici, die een weerkaatsend flitslicht duiden als ‘het werk geeft licht’. Terwijl zelfs zonder academisch-verdubbelde dioptrie duidelijk is dat het om een accidentele toepassing van de natuurwet ‘invalshoek=uitvalshoek’ gaat.

ode aan de luren

Mijn ervaring in het beperkte Belgische kunstwereldje is gemarkeerd door de ware valsheid van enkelingen die er rondhangen, doceren, tentoonstellen, manipuleren. Deze uitspraak is voldoende onbarok en prozaïsch om duidelijk te zijn. Natuurlijk snap ik dat ‘kunst’ ook vervangen kan worden door ‘oorbellen’, ‘zeepsop’ of ‘politiek’, wereldjes met eigen ethiek en pathos. Maar als ongebonden DKO-docent –noch kwaad, noch aardig- dien ik wel tot openbaren, niet tot maskeren of bedotten.

Een kat is een kat. Meer dus dan een viervoeter, wiens manifeste perceptie vanuit het perspectief van de muis, als een desorganiserend en paralyserend verschijnsel, de onneutrale spanning van het dier-zijn accentueert. Analyses als ‘De immateriële realiteit van de beelden valt veelal samen met de materiële realiteit van de tentoonstellingsruimte’ is een belazerende manier van verklaren dat een dame of heer grijzige archiefbeelden met doordeweekse industriële presentatie-middelen in een leuke ruimte mag tonen, voor een select publiek. Dat overigens onwetend is/wil zijn. Kijk, dit foppende taalgebruik, ik heb er een bloedkankerhekel aan. Een kat is een kat en bovendien is mijn kat mijn kat. Het is een meisje en ik gesel ze katvriendelijk dag aan dag. Conventioneel kijken naar en spreken over fotografie: door mijn onbeduvelende benadering krijgen beelden ‘plots’ een signatuur toegemeten.

Die van een kat in een zak.

P.s. tussenliggende beelden: met een analoge Leica M5 , en in drie (3) exemplaren afgedrukt op Ilford FB Galerie, formaat 50cm op 72cm, dibond met laminaat, genummerd en gesigneerd door de kunstenaar.  Te koop in Galerie Kunstschede, in Dekzele-Schaarbeek.

geRichterd. (éénmalig in donkere dagen)

Een sinterklaascado.

Een sinterklaascado.

 

Falsificatio abigens.

tenhoonstelling

Carpe abrogationem.

Echt waar. Opgetekend en bewerkt uit de taal der kunstduiven : ‘Rood’ verschijnt niet als ‘kleur’ of als eigen, menselijke dubbelheid; eerder als een opeenhoping van golflengten, met de nadruk op de colorialiteit.’

Caveat fertilitas.