Geen connectie… met je modellen heb je dat wel. Dus de straatwandelaars vragen zich af ‘wat mot die vent van ons, moraalpolitie, geheime dienst?’ Eerder iets dergelijks.
Terwijl ik me uitsloof om eruit te zien als een stuntelige toerist met een aftands Fuji-cameraatje. Soms ben ik bang ik wel eens een muilpeer of smoelappel zal vangen.
De tijden zijn veranderd. Dus het ligt niet aan jou. Het jezelf onzichtbaar weten te maken als Henri Cartier-Bresson bestaat niet meer. De fotografie is het privé domein allang binnengetreden en dus is de gemiddelde wandelaar alert. Mijn neef werkte ooit bij het ANP en maakte dan met een Minox reportages op de zeedijk in Amsterdam tussen de verslaafden. Hij had zijn jas zo geprepareerd dat de lens in een knoopsgat zat en de ontspanner met een kabel verbonden. Je moet wat hè. 😉
Zo ver zou ik het nooit drijven: een vernaaiing van een jas om er een minoxje in te verstoppen. Iedereen mag zien dat ik fotografeer. Aan mij om mijn ontwapenende zelve te presenteren aan de wereld.
Misschien is het een kwestie van veel tijd en van ’embedded’-zijn. Denk aan Eugene Smith, Jim Goldberg…(Ik wacht nu al weken op het boek van deze laatste).
Eugene Smith was één van mijn inspiratiebronnen uit de reeks ‘De Fotografie’ van Time-Life. Zelf heb ik drie jaar gefotografeerd op die ’embedded’ wijze op de Rotterdamse Dansacademie. Zowel Paul Huf als Martin Parr vroegen zich af of ik daar ooit geld mee kon verdienen. Omdat ik oorspronkelijk als grafisch ontwerper was opgeleid adviseerden ze mij voor dat vak te gaan. Tien jaar later stond ik nog eens voor die vraag, maar dan in het kader van ‘vrije kunst of toegepaste kunst.
Wat ik wel zeker weet is dat straatfotografie een spier is. In de tijd dat ik me daar mee bezig hield kon ik mezelf letterlijk onzichtbaar maken. Stel, je staat aan het strand van Oostende. Een motorrijder en zijn vriendin zijn bezig om muntjes te vinden in zijn portemonnaie om een verrekijker mee te betalen. Je staat er achter en hebt ze frontaal in beeld. Zij zijn bezig. Je draait je om en kijkt naar zee. Je draait je nog een keer om en drukt af. Na de klik stap je opzij en loopt verder. Niemand niks van gemerkt. Dat is één manier. Ed van der Elsken deed juist het tegenovergestelde. Praatjes maken met zijn onderwerp.
Nog ééntje van mijn favorieten, al is hij niet compatibel met mijn Vlaamse aard: Ed van der Elsken. Soms zou ik wel wat van diens branie gewild hebben – maar met mate 🙂
‘Everyone is angry at me.’ How come?
Privacy rapist?
Geen connectie… met je modellen heb je dat wel. Dus de straatwandelaars vragen zich af ‘wat mot die vent van ons, moraalpolitie, geheime dienst?’ Eerder iets dergelijks.
Terwijl ik me uitsloof om eruit te zien als een stuntelige toerist met een aftands Fuji-cameraatje. Soms ben ik bang ik wel eens een muilpeer of smoelappel zal vangen.
De tijden zijn veranderd. Dus het ligt niet aan jou. Het jezelf onzichtbaar weten te maken als Henri Cartier-Bresson bestaat niet meer. De fotografie is het privé domein allang binnengetreden en dus is de gemiddelde wandelaar alert. Mijn neef werkte ooit bij het ANP en maakte dan met een Minox reportages op de zeedijk in Amsterdam tussen de verslaafden. Hij had zijn jas zo geprepareerd dat de lens in een knoopsgat zat en de ontspanner met een kabel verbonden. Je moet wat hè. 😉
Zo ver zou ik het nooit drijven: een vernaaiing van een jas om er een minoxje in te verstoppen. Iedereen mag zien dat ik fotografeer. Aan mij om mijn ontwapenende zelve te presenteren aan de wereld.
Snap ik Lucas, maar ANP fotografen namen in bedreigende situaties geen enkel risico. Wellicht ook een geheel andere situatie.
Misschien is het een kwestie van veel tijd en van ’embedded’-zijn. Denk aan Eugene Smith, Jim Goldberg…(Ik wacht nu al weken op het boek van deze laatste).
Eugene Smith was één van mijn inspiratiebronnen uit de reeks ‘De Fotografie’ van Time-Life. Zelf heb ik drie jaar gefotografeerd op die ’embedded’ wijze op de Rotterdamse Dansacademie. Zowel Paul Huf als Martin Parr vroegen zich af of ik daar ooit geld mee kon verdienen. Omdat ik oorspronkelijk als grafisch ontwerper was opgeleid adviseerden ze mij voor dat vak te gaan. Tien jaar later stond ik nog eens voor die vraag, maar dan in het kader van ‘vrije kunst of toegepaste kunst.
Wat ik wel zeker weet is dat straatfotografie een spier is. In de tijd dat ik me daar mee bezig hield kon ik mezelf letterlijk onzichtbaar maken. Stel, je staat aan het strand van Oostende. Een motorrijder en zijn vriendin zijn bezig om muntjes te vinden in zijn portemonnaie om een verrekijker mee te betalen. Je staat er achter en hebt ze frontaal in beeld. Zij zijn bezig. Je draait je om en kijkt naar zee. Je draait je nog een keer om en drukt af. Na de klik stap je opzij en loopt verder. Niemand niks van gemerkt. Dat is één manier. Ed van der Elsken deed juist het tegenovergestelde. Praatjes maken met zijn onderwerp.
Nog ééntje van mijn favorieten, al is hij niet compatibel met mijn Vlaamse aard: Ed van der Elsken. Soms zou ik wel wat van diens branie gewild hebben – maar met mate 🙂
Misschien meer compatibel met de aard van Johan van der Keuken. Heb ik ooit nog een masterclass bij gevolgd van een week.
Inderdaad. Ik kan mij helemaal vinden in die beeldtaal. (Van der Keuken is wel niet echt gekend in Vlaanderen – ten onrechte)