Uiteraard toegestaan! Een beetje tegenwind maakt het lastiger (bergop en in de vlakte, maar verfrist en houdt levendig, tegelijkertijd. Ik onthoud: de eeuwige frictie tussen Schoonheid, Werkelijkheid en Waarheid – al dan niet van (on)bepaalde lidwoorden te voorzien. Ik struikel en krabbel continu recht over deze vragen. Wat is de juiste verhouding tussen dit drie-enig kenmerk van de fotografie? Houdt de fotograaf zich onledig met het antieke schoonheidsideaal van de schilderkunst? Gooit hij/zij zich onverdroten in de realiteit en verzuipt hij/zij aldaar in wat hij/zij observeert? Wordt hij/zij meer dan observator en dus maar ‘actor’ en vervellen zijn beelden dan tot loutere pamfletten (Lewis Hine)? Of zet hij de realiteit naar zijn hand, bij opname of in postproductie (Steve McCurry, een pure bedrieger) ? Of gaat de fotograaf ijlings op zoek naar Waarheid – de waarheid die zijn broodheer hem oplegt? Ik heb geen idee. Ik word voortdurend geconfronteerd met een banale werkelijkheid, die weinigen waard vinden om gefotografeerd te worden en die -in je ogen- een stuk lelijkheid tonen, al dan niet in gecondenseerde vorm. Ik weet het niet – ik registreer en ik ben verwonderd hoe de camera en een 35mm lens de omringende omgeving capteren. Meer is het niet. Misschien moet de fotograaf zijn zoeken naar Schoonheid, Werkelijkheid en Waarheid gewoon achter zich laten. En zijn/haar verwondering zonder meer toelaten. Ik ben verwonderd, dus ik leef. Met beelden die verontrusten.
ik las uw antwoord met aandacht en dankbaarheid. Daarom wachtte ik zo lang om te reageren.
Het verdient immers een respectvol wederwoord.
Maar daar slag ik niet in. En het hoeft ook niet.
Want ik ben geen missionaris. En een leerling moet de meester niet trachten te bekeren.
Maar ik ben ‘liefhebber’. Van amare.
In de jaren zeventig van vorige eeuw,
knipte ik reeds de zwart wit foto’s uit in het krantje van de Bond van grote en jonge gezinnen.
In illo tempore, was de fotograaf naamloos en ondergeschikt aan het woord. Een foto was niet meer dan een illustratie.
Een fotograaf werd toen behandeld zoals de mannequins nu (nog altijd) in al die chique magazines.
Anonieme iele wezentjes.
“In Johannes 1:1-14 staat : In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.”
Gelukkig waren er een paar bladen, zoals Weekend Knack, waar de fotograaf gehonoreerd werd met een aparte plaats en zijn naam.
Een paar krantenjournalisten dreven hun naam door.
Nog altijd is het eerste wat ik doe, wanneer ik een artikel lees, kijken wie de fotograaf is.
En gelukkig staat die er. Ik vermoed zelfs dat stilaan, het Beeld het Woord verdringt.
Hier in huis ligt menig fotoboek.
Gisteren nog las ik opnieuw de inleiding van Guinevere Claeys in het boek van Alexia Leysen:
DE ZIN.
Heerlijk!
PS.
Ik schreef jaren terug zelfs naar de Chef van DS Magazine en de Hoofdredacteur,
om mijn dankbaarheid uit te drukken over de toen jonge stappen van Alexia Leysen in het blad.
En zie ondertussen, heeft zij twee pagina’s ruimte.
En een boek.
PS.
Daarom ook ben ik zo gevoelig voor een foto.
Ben ik veel meer geïnteresseerd in de Schoonheid en de Troost ervan.
De Waarheid? Die bestaat niet.
Ook niet in de Fotografie.
Vergeef mij.
Ik wens u nog veel fotografeergenot.
Met de schriftuur van uw beelden.
Dank voor je wederwoord. Het is altijd verrijkend om alle gewaarwordingen van een liefhebbende kijker even op een rijtje te zien. Je houdt van beelden, als amateur, een ‘houder van’. Dat treft: ik ook. Maar vanuit mijn professionele achter- en voorgrond ben ik het mezelf en mijn studenten wel verplicht om deze liefde verder uit te diepen. Het voorbeeld dat je aanhaalt, Alexia Leysen – volledig in lijn met mijn ooit bewonderde Michiel Hendryckx – drijft mijns inziens grotendeels op ‘nostalgie’ en uiteraard ook op netwerk. (Je verwijst naar de veroverde ruimte in DS). Voor mij is dit overduidelijk en ik ben bereid hieroverheen te stappen, als de getoonde beelden (los van verwantschappen, BV-connecties, marketingdoelen) waarlijk toonbaar blijven zonder deze kenmerken. Voor mezelf weet ik: een oud Hasselblad-beeld, uit mijn archief ingescand, van een onbekend model, op een blogje gedumpt, zal geen mens beroeren – een uitzondering terzijde gelaten. Een foto ‘lezen’ is weinigen gegeven; ik ben het stilaan aan het verleren om zelfs de woordenschat van de schilderkunst (textuurweergave, mooi licht,…) te gebruiken bij het bekijken van beelden. Het is een eenzame zoektocht, voor wie content is met een uithoekje op het internet.
‘Schoonheid en Troost’, beide met een hoofdletter, alsof het eigennamen aan het worden zijn. Misschien weiger ik deze kenmerken te abstraheren uit de beeldtaal, omdat ze zo nauw verweven zijn met ‘ouder worden’. Wees gerust: ik weet het ook niet. Misschien blijft op den duur enkel nog het Wantrouwen over. Nu nog een kompaan zoeken voor dit mistroostige gevoel. Een groet uit Veurne.
Als u mij toestaat.
Er is al veel te veel lelijkheid in deze wereld.
In deze tijd.
Als u nu eens uw kostbare ‘sluitertijd’ investeerde in:
‘de Schoonheid en de Troost’.
Beauty matters.
Ik zou u dankbaar zijn.
Your humble servant,
.
Uiteraard toegestaan! Een beetje tegenwind maakt het lastiger (bergop en in de vlakte, maar verfrist en houdt levendig, tegelijkertijd. Ik onthoud: de eeuwige frictie tussen Schoonheid, Werkelijkheid en Waarheid – al dan niet van (on)bepaalde lidwoorden te voorzien. Ik struikel en krabbel continu recht over deze vragen. Wat is de juiste verhouding tussen dit drie-enig kenmerk van de fotografie? Houdt de fotograaf zich onledig met het antieke schoonheidsideaal van de schilderkunst? Gooit hij/zij zich onverdroten in de realiteit en verzuipt hij/zij aldaar in wat hij/zij observeert? Wordt hij/zij meer dan observator en dus maar ‘actor’ en vervellen zijn beelden dan tot loutere pamfletten (Lewis Hine)? Of zet hij de realiteit naar zijn hand, bij opname of in postproductie (Steve McCurry, een pure bedrieger) ? Of gaat de fotograaf ijlings op zoek naar Waarheid – de waarheid die zijn broodheer hem oplegt? Ik heb geen idee. Ik word voortdurend geconfronteerd met een banale werkelijkheid, die weinigen waard vinden om gefotografeerd te worden en die -in je ogen- een stuk lelijkheid tonen, al dan niet in gecondenseerde vorm. Ik weet het niet – ik registreer en ik ben verwonderd hoe de camera en een 35mm lens de omringende omgeving capteren. Meer is het niet. Misschien moet de fotograaf zijn zoeken naar Schoonheid, Werkelijkheid en Waarheid gewoon achter zich laten. En zijn/haar verwondering zonder meer toelaten. Ik ben verwonderd, dus ik leef. Met beelden die verontrusten.
Waarde fotograaf,
ik las uw antwoord met aandacht en dankbaarheid. Daarom wachtte ik zo lang om te reageren.
Het verdient immers een respectvol wederwoord.
Maar daar slag ik niet in. En het hoeft ook niet.
Want ik ben geen missionaris. En een leerling moet de meester niet trachten te bekeren.
Maar ik ben ‘liefhebber’. Van amare.
In de jaren zeventig van vorige eeuw,
knipte ik reeds de zwart wit foto’s uit in het krantje van de Bond van grote en jonge gezinnen.
In illo tempore, was de fotograaf naamloos en ondergeschikt aan het woord. Een foto was niet meer dan een illustratie.
Een fotograaf werd toen behandeld zoals de mannequins nu (nog altijd) in al die chique magazines.
Anonieme iele wezentjes.
“In Johannes 1:1-14 staat : In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.”
Gelukkig waren er een paar bladen, zoals Weekend Knack, waar de fotograaf gehonoreerd werd met een aparte plaats en zijn naam.
Een paar krantenjournalisten dreven hun naam door.
Nog altijd is het eerste wat ik doe, wanneer ik een artikel lees, kijken wie de fotograaf is.
En gelukkig staat die er. Ik vermoed zelfs dat stilaan, het Beeld het Woord verdringt.
Hier in huis ligt menig fotoboek.
Gisteren nog las ik opnieuw de inleiding van Guinevere Claeys in het boek van Alexia Leysen:
DE ZIN.
Heerlijk!
PS.
Ik schreef jaren terug zelfs naar de Chef van DS Magazine en de Hoofdredacteur,
om mijn dankbaarheid uit te drukken over de toen jonge stappen van Alexia Leysen in het blad.
En zie ondertussen, heeft zij twee pagina’s ruimte.
En een boek.
PS.
Daarom ook ben ik zo gevoelig voor een foto.
Ben ik veel meer geïnteresseerd in de Schoonheid en de Troost ervan.
De Waarheid? Die bestaat niet.
Ook niet in de Fotografie.
Vergeef mij.
Ik wens u nog veel fotografeergenot.
Met de schriftuur van uw beelden.
Dank voor je wederwoord. Het is altijd verrijkend om alle gewaarwordingen van een liefhebbende kijker even op een rijtje te zien. Je houdt van beelden, als amateur, een ‘houder van’. Dat treft: ik ook. Maar vanuit mijn professionele achter- en voorgrond ben ik het mezelf en mijn studenten wel verplicht om deze liefde verder uit te diepen. Het voorbeeld dat je aanhaalt, Alexia Leysen – volledig in lijn met mijn ooit bewonderde Michiel Hendryckx – drijft mijns inziens grotendeels op ‘nostalgie’ en uiteraard ook op netwerk. (Je verwijst naar de veroverde ruimte in DS). Voor mij is dit overduidelijk en ik ben bereid hieroverheen te stappen, als de getoonde beelden (los van verwantschappen, BV-connecties, marketingdoelen) waarlijk toonbaar blijven zonder deze kenmerken. Voor mezelf weet ik: een oud Hasselblad-beeld, uit mijn archief ingescand, van een onbekend model, op een blogje gedumpt, zal geen mens beroeren – een uitzondering terzijde gelaten. Een foto ‘lezen’ is weinigen gegeven; ik ben het stilaan aan het verleren om zelfs de woordenschat van de schilderkunst (textuurweergave, mooi licht,…) te gebruiken bij het bekijken van beelden. Het is een eenzame zoektocht, voor wie content is met een uithoekje op het internet.
‘Schoonheid en Troost’, beide met een hoofdletter, alsof het eigennamen aan het worden zijn. Misschien weiger ik deze kenmerken te abstraheren uit de beeldtaal, omdat ze zo nauw verweven zijn met ‘ouder worden’. Wees gerust: ik weet het ook niet. Misschien blijft op den duur enkel nog het Wantrouwen over. Nu nog een kompaan zoeken voor dit mistroostige gevoel. Een groet uit Veurne.