Anastasia poseert – met of zonder fotograaf in de buurt. Altijd, overal, voor een voorbijgaand of onbestaand publiek. Anastasia komt uit Oekraïne – ik kende haar minder dan 6 minuten en een hoopje seconden. A less than 7 minutes-stand. En dan was ik alweer weg – van haar. Op naar een nieuwere ontmoeting, in de straten en op de pleintjes van Berlijn. Anastasia (ik heb haar mailadres) is een op zichzelf terend instagram-filter. Dat alles gaat voorbij. Dat weet ik, en zij wellicht ook. Nu de oorlog van haar landgenoten nog.
Zij is dus een moderne versie van Dinska Bronska.
Mijn meest geliefde…
Uit een oud dorp
– kameelbruin als de steppe –
uit Plocka
kwam Dinska Bronska.
Haar hoofddoek was pruisisch-blauw
en heur haar vlas-geel;
ook waren haar ogen blauw
als fjord-water.
Zij rook naar knoflook en spar,
zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het ‘Hôtel Lapland’ zat zij
bij een tafel aan het straat-raam:
zij schreef ’n brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want ze schreef moeilijk die brief…
En vermoedelijk had deze Dinska ook nog wat praktische kennis van lokale scheikundige kruiden en een verfijnde vertering terzake. Ook haar ogen ‘zochten vliegen op het plafond’. De ‘tranen-veeg,
o zo verdrietig,
van je blauwe ogen naar je mond’, heb ik niet gezien. Maar ik was ook zo gehaast – alweer. Dodelijk voor elke fotograaf.
.
Ik kan mij vergissen.
Het is ochtend. En zaterdag. Krantenweekend.
En dan kom ik Anastasia tegen.
Met haar adagium en parafernalia.
Leef ‘alsof’…
Ik heb de indruk en het gevoel
dat zij poseert. Alsof.
Misschien wel op verzoek van de Schepper van haar dagelijkse Eeuwigheid.
Tuit zij haar lippen. Of drinkt ze een slok?
En kijkt zij reeds uit in de wazige verte
naar de ‘Veni Creator Spiritus’?
Iets te vroeg.
Maar het zwart-wit redt haar.
Van de schijn.
En ik denk aan Erik Pinksterblom. Bijna
valt de heilige duif
hier op het dak.
Van mijn gedachten.
Ik groet u ‘schepper van hemel en aarde’.
.
Anastasia poseert – met of zonder fotograaf in de buurt. Altijd, overal, voor een voorbijgaand of onbestaand publiek. Anastasia komt uit Oekraïne – ik kende haar minder dan 6 minuten en een hoopje seconden. A less than 7 minutes-stand. En dan was ik alweer weg – van haar. Op naar een nieuwere ontmoeting, in de straten en op de pleintjes van Berlijn. Anastasia (ik heb haar mailadres) is een op zichzelf terend instagram-filter. Dat alles gaat voorbij. Dat weet ik, en zij wellicht ook. Nu de oorlog van haar landgenoten nog.
O,… o ooooo,
heerlijk. Dank u.
Zij is dus een moderne versie van Dinska Bronska.
Mijn meest geliefde…
Uit een oud dorp
– kameelbruin als de steppe –
uit Plocka
kwam Dinska Bronska.
Haar hoofddoek was pruisisch-blauw
en heur haar vlas-geel;
ook waren haar ogen blauw
als fjord-water.
Zij rook naar knoflook en spar,
zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het ‘Hôtel Lapland’ zat zij
bij een tafel aan het straat-raam:
zij schreef ’n brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want ze schreef moeilijk die brief…
enzoverder.
En vermoedelijk had deze Dinska ook nog wat praktische kennis van lokale scheikundige kruiden en een verfijnde vertering terzake. Ook haar ogen ‘zochten vliegen op het plafond’. De ‘tranen-veeg,
o zo verdrietig,
van je blauwe ogen naar je mond’, heb ik niet gezien. Maar ik was ook zo gehaast – alweer. Dodelijk voor elke fotograaf.