Dank om mij met ‘schrijver’ aan te schrijven; ik begin er meer en meer zin in te krijgen. Niet zoals MH uit G die in DS Weekblad, op de laatste pagina wat Wikipedia-brokjes bijeensprokkelt. En er vervolgens een nietstonend beeld bij plakt. Maar als een argeloze dagboekfotograaf, die zijn verwondering ook volgaarne in woorden probeert te vatten. Beeld en woorden zijn echter van zeer voorbijglijdende aard. Net zoals de mensen en het stadsbeeld, het licht en het samengaan, de schoonheid en het zoeken, het ontmoeten en het rouwen. Voorbijglijdend. Voltooid, afgehandeld, gewezen, verstreken – zo voorbijst als denkbaar. De essentie van een dagboekfoto, met een signatuur die slechts enkelingen beroert. Ik en mijn beelden zullen het nooit tot een item in een weekblad schoppen, maar ik beleef mijn beelden wel écht. En het klopt: ik hou mijn ziel dicht bij mij.
wat doet een fotograaf anders dan schrijven met beelden.
De etymologie knikt instemmend en verwijst naar:
het Griekse phōs (licht) en graphein (schrijven).
U schrijft met ‘de Tijd en het Licht’.
De “sluitertijd”.
Een schrijver dopt zijn woorden niet in de inkt,
maar besprenkelt ze met zon en schaduw.
De dichter is een koe. Gerrit Achterberg.
De fotograaf jaagt op vlinderend licht.
Ziezo.
U weet dat ik het moeilijk heb met vele gevangen vlinders.
Daarom ben ik zo dankbaar als u nu en dan
een oude man vangt met een roos.
Ik wil een verhaal lezen. Niet de boekhouding van de werkelijkheid.
Schrijf mij suggesties.
Die ik kan ontsluieren en bekleden met mijn eigen gemis en verlangen.
Ik wens u een boeket Tijd en Licht.
Zon en schaduw.
En het oog van een torenvalk.
Ik groet u.
PS.
Ik vrees dat u een ‘MH uit G’-trauma hebt opgelopen.
Een therapie van afstand en aanvaarding zou u kunnen genezen, meen ik.
Plus wat medicatie. ‘De gustibus et coloribus…’ twee pilletjes per dag.
Bij het wakker worden en des avonds als de weemoed valt.
Dank voor je woorden. En ja, ik ben een boekhouder van de tijd, maar dan wel de cijferblinde lezing ervan. En de suggestieve kracht in mijn quasi dagelijkse beeldenstroom. Het zijn niet allemaal vangbare roosjes, die zich laten ontsluieren en bekleden door derden. Simpele boekhoudkundige kladjes – ik geef het toe.
P.s. mijn eigen ‘MH uit G’-traumaatje. De diagnose wordt wel vaker gesteld, door mijn studenten bijvoorbeeld. Het voordeel van ouder en ongeremder te worden. Maar eigenlijk maak ik gewoon gebruik van wat algemene beeldenmakers-kennis om mijn analyses te illustreren. Meer is het niet – en medicatie terzake heeft franke Frank al lang geschrapt uit de terugbetaalbaarheid. Enfin, er is ook SV uit V, DB uit G, en, oei, ik ben rond. Niets trauma. Enkel de desillusie in de Vlaamse kunstenscène blijft wat hangen. Toegelicht: het werk doet niets ter zake, enkel het netwerk. Indien ik dit in 1984 beseft had (en bij uitbreiding nog in 2011) dan was ik… schrijver geworden. Of beter nog: wereldopknapper. Maar wellicht met evenveel succes – géén dus 🙂
.
Goedemorgen waarde Schrijver,
omdat ik van uw woorden hou, kom ik steeds even lezen.
U maakt het mij niet makkelijk.
Ik weet dat het u een zorg zal wezen.
U kiest uw weg en stijl.
Zonder ‘de lezer/kijker’ te plezieren.
Enkel uw signatuur telt. Vermoed ik.
Soms blijf ik hangen aan ‘een gedicht’.
Waarin de suggestie woont.
En de lezer dus mag interpreteren.
Ik volg de ogen van de personages.
En hun handen.
Zij schreven voor mij het beeld.
Ieder in een andere taal.
Ik groet u.
Een roerloze lezer.
.
Dank om mij met ‘schrijver’ aan te schrijven; ik begin er meer en meer zin in te krijgen. Niet zoals MH uit G die in DS Weekblad, op de laatste pagina wat Wikipedia-brokjes bijeensprokkelt. En er vervolgens een nietstonend beeld bij plakt. Maar als een argeloze dagboekfotograaf, die zijn verwondering ook volgaarne in woorden probeert te vatten. Beeld en woorden zijn echter van zeer voorbijglijdende aard. Net zoals de mensen en het stadsbeeld, het licht en het samengaan, de schoonheid en het zoeken, het ontmoeten en het rouwen. Voorbijglijdend. Voltooid, afgehandeld, gewezen, verstreken – zo voorbijst als denkbaar. De essentie van een dagboekfoto, met een signatuur die slechts enkelingen beroert. Ik en mijn beelden zullen het nooit tot een item in een weekblad schoppen, maar ik beleef mijn beelden wel écht. En het klopt: ik hou mijn ziel dicht bij mij.
Goedemorgen,
wat doet een fotograaf anders dan schrijven met beelden.
De etymologie knikt instemmend en verwijst naar:
het Griekse phōs (licht) en graphein (schrijven).
U schrijft met ‘de Tijd en het Licht’.
De “sluitertijd”.
Een schrijver dopt zijn woorden niet in de inkt,
maar besprenkelt ze met zon en schaduw.
De dichter is een koe. Gerrit Achterberg.
De fotograaf jaagt op vlinderend licht.
Ziezo.
U weet dat ik het moeilijk heb met vele gevangen vlinders.
Daarom ben ik zo dankbaar als u nu en dan
een oude man vangt met een roos.
Ik wil een verhaal lezen. Niet de boekhouding van de werkelijkheid.
Schrijf mij suggesties.
Die ik kan ontsluieren en bekleden met mijn eigen gemis en verlangen.
Ik wens u een boeket Tijd en Licht.
Zon en schaduw.
En het oog van een torenvalk.
Ik groet u.
PS.
Ik vrees dat u een ‘MH uit G’-trauma hebt opgelopen.
Een therapie van afstand en aanvaarding zou u kunnen genezen, meen ik.
Plus wat medicatie. ‘De gustibus et coloribus…’ twee pilletjes per dag.
Bij het wakker worden en des avonds als de weemoed valt.
.
Dank voor je woorden. En ja, ik ben een boekhouder van de tijd, maar dan wel de cijferblinde lezing ervan. En de suggestieve kracht in mijn quasi dagelijkse beeldenstroom. Het zijn niet allemaal vangbare roosjes, die zich laten ontsluieren en bekleden door derden. Simpele boekhoudkundige kladjes – ik geef het toe.
P.s. mijn eigen ‘MH uit G’-traumaatje. De diagnose wordt wel vaker gesteld, door mijn studenten bijvoorbeeld. Het voordeel van ouder en ongeremder te worden. Maar eigenlijk maak ik gewoon gebruik van wat algemene beeldenmakers-kennis om mijn analyses te illustreren. Meer is het niet – en medicatie terzake heeft franke Frank al lang geschrapt uit de terugbetaalbaarheid. Enfin, er is ook SV uit V, DB uit G, en, oei, ik ben rond. Niets trauma. Enkel de desillusie in de Vlaamse kunstenscène blijft wat hangen. Toegelicht: het werk doet niets ter zake, enkel het netwerk. Indien ik dit in 1984 beseft had (en bij uitbreiding nog in 2011) dan was ik… schrijver geworden. Of beter nog: wereldopknapper. Maar wellicht met evenveel succes – géén dus 🙂